100 Euro Goud: Wilde Dieren Oostenrijk Goudmunten
- tot
- Direct leverbaar
100 Euro Gold Wildtiere Stockente 2018 PP
100 Euro Gold Wildtiere Steinbock 2017 PP
100 Euro Gold Rothirsch Wildtiere Österreich 2013 PP
100 Euro Gold Wildschwein Wildtiere Österreich 2014 PP
100 Euro Gold Auerhahn Wildtiere Österreich 2015 PP
100 Euro Gold Fuchs Wildtiere Österreich 2016 PP
Een huis van 48 burgers.
In 1193/94 verplaatsten de Babenbergers hun munt van Krems naar Wenen. Vanaf toen werd ook in Wenen een penning geslagen, die voor het eerst wordt genoemd in een oorkonde uit 1204. De Neue Deutsche Biographie acht het waarschijnlijk dat de oprichting van het Weense genootschap van Hausgenossen samenhangt met het losgeld voor Richard Leeuwenhart.
“De Hausgenossen waren een college van 48 Weense burgers, aan wie de muntslag, de geldwissel en de edelmetaalhandel in het hertogdom Oostenrijk waren voorbehouden.”
Wien Geschichte Wiki van de stad Wenen, artikel “Hausgenossen”
Eén figuur voor elk van de 48 Hausgenossen. De Wien Geschichte Wiki van de stad Wenen noemt dit aantal.
De wiki verklaart de naam zo: het college gold als deel van het “huis” (Haus) van de landsheer, dus van zijn gevolg. Het slaan zelf was het werk van een ambacht, dat van de munters. Het wisselen van geld lag bij wisselaars in loondienst, aan banken in de open lucht, aanvankelijk op de Hoher Markt.
Op 7 juni 1522 hief Ferdinand I het college op. In 1524 werd de munt een staatsinstelling. Tot dan was ze volgens de wiki “een domein van de Weense hogere burgerij” geweest.

Zeven adressen tot aan de Heumarkt.
De Weense munt is vaak verhuisd. De Wien Geschichte Wiki van de stad Wenen noemt zeven adressen. Zes liggen in de binnenstad, het zevende ten oosten van het Stadtpark: Am Heumarkt 1.
Ze begon in de Kammerhof aan de Brandstätte; de wiki schrijft “vermoedelijk”. Rond 1280 verhuisde ze naar de vroegere residentie Am Hof, eind 14e eeuw naar de Wollzeile. Daar bleef ze het langst, volgens de lijst van de wiki tot 1752. In 1753 verplaatste Maria Theresia de munt naar de Himmelpfortgasse, naar het Winterpaleis van prins Eugenius.
Daarnaast zijn er twee nevenadressen: de slagzaal in de Landskrongasse, waar de munters de munten sloegen, en van 1621 tot 1625 een tweede munt in de Schenkenstraße.
- Brandstätte 7KammerhofKammerhof1194 tot 1280
- Landskrongasse 8slagzaalslagzaaltot vóór 1423
- Am Hof 1‑2vroegere residentieoude residentie1280 tot 1386
- Wollzeile 6‑81386 tot 1752
- Schenkenstraße 10tweede munt1621 tot 1625
- Himmelpfortgasse 6‑8Winterpaleis1753 tot 1838
- Am Heumarkt 1HauptmünzamtHauptmünzamtsinds 1838
Jaartallen volgens de lijst van de Wien Geschichte Wiki; andere bronnen noemen soms andere. De balken tonen de duur, de ligging van de punten is vereenvoudigd.
Aan het eind van de lijn staat het gebouw Am Heumarkt 1. Het is een beschermd monument. Hoog boven het midden van de gevel staan vier beelden van Joseph Klieber: Hermes, Apollo, Artemis en Aphrodite. Ze verbeelden de muntmetalen zink, goud, zilver en koper.
“Het prachtige gebouw is nog altijd productielocatie en kantoorgebouw.”
Münze Österreich, bedrijfsgeschiedenis

Groot in het model, klein op de munt.
Aan het begin van een muntstempel staat een groot model van gips, gemaakt in de eigen graveerafdeling. Münze Österreich beschrijft de volgende stap zo:
“Eerst wordt het in de graveerafdeling gemaakte gipsmodel met digitale technologie gescand, en daarna wordt de stempel met behulp van een frees getrouw naar het origineel bewerkt.”
Münze Österreich, gids “Werkzeugbau”
Cirkels en doorsnede op dezelfde schaal. De maten van het model komen uit de Oberösterreichische Nachrichten (2016). De zilver‑niobiummunten van het huis meten bijvoorbeeld 34 millimeter.
Hoe groot zo’n model is, stond in 2016 in de Oberösterreichische Nachrichten: een diameter van 18 centimeter. Het reliëf mag volgens hetzelfde bericht hoogstens één millimeter hoog zijn.
Bij munten in proof doorloopt volgens het huis alleen de stempel al 22 werkstappen. Münze Österreich noemt een munt “Handgehoben” (met de hand gelicht) als die als eerste afslag met een nieuwe stempel ontstaat, als eerste stuk van een serie. Ze wordt direct na het slaan afzonderlijk verpakt.

Kleur zonder verf: de niobiumkern.
Sinds 2003 slaat Münze Österreich munten met een kern van niobium. Van zichzelf is het metaal lichtgrijs. Toch stralen de kernen, bij de munt “Leben im All” (Leven in de ruimte) uit 2022 bijvoorbeeld in violet. Daarbij wordt niets geverfd:
“Het bijzondere is dat de kleur niet wordt aangebracht. … Men noemt deze techniek ‘anodisch oxideren’. Er wordt dus niet gelakt.”
Münze Österreich, kennispagina “Silber‑Niob‑Münzen” (archiefversie 2016)
De doorsnede is sterk overdreven getekend en niet op schaal. De laag is doorzichtig, alleen het teruggekaatste licht is violet getekend. Münze Österreich noemt de diameter van de kern niet, daarom is die alleen schematisch getekend.
Onder stroom groeit op het niobium een flinterdunne, doorzichtige laag oxide. Licht wordt aan de bovenkant daarvan teruggekaatst, en een tweede keer aan het metaal eronder. De twee stralen overlappen elkaar, en afhankelijk van de dikte van de laag blijft er een andere kleur over. Natuurkundigen noemen dat interferentie; men kent het van zeepbellen.
De dikte hangt af van de spanning. Per volt wordt de laag ruim twee miljoenste millimeter dikker. Dat blijkt uit metingen van Krzysztof Fitzner en Michał Stępień in het tijdschrift “Materials” uit 2023.
Voor “Leben im All” geeft Münze Österreich deze gegevens: een ring van zilver 900/1.000 met 9,00 gram fijn zilver, daarbinnen de kern van niobium, samen 16,50 gram, 34 millimeter diameter, nominale waarde 25 euro.
De eerste van deze munten verscheen op 29 januari 2003. Daaraan gingen twee jaar voorbereiding vooraf, samen met het bedrijf Plansee uit Tirol.
Wat een nominale waarde belooft.
Bij elke nominale waarde hoort een vraag: wie moet de munt aannemen, en hoeveel ervan? In Oostenrijk geeft § 8 lid 3 van het Scheidemünzengesetz van 1988, de muntwet, het antwoord. Er wordt geteld per afzonderlijke betaling.
De Oesterreichische Nationalbank (OeNB) en Münze Österreich moeten geldige munten zonder beperking aannemen. De staat, de deelstaten en de gemeenten moeten tot honderd stuks aannemen, alle anderen tot vijftig, waarvan herdenkings‑ en goudmunten van Münze Österreich slechts tot tien stuks.
- Alle overige personenOverige personentot 50tot 50
- waarvan herdenkings‑ en goudmuntenGedenk‑ en goudmuntentot 10tot 10
- Staat, deelstaten en gemeentenStaat, deelstaten, gemeententot 100tot 100
- OeNB en Münze ÖsterreichOeNB en Münzezonder beperkingonbeperkt
Eén stip per munt, per afzonderlijke betaling, volgens § 8 lid 3 van het Scheidemünzengesetz 1988. Voor alle overige personen geldt de grens van tien stuks voor herdenkings‑ en goudmunten van Münze Österreich, met daarbij een maximumbedrag per betaling.
Naast de grens van tien stuks kwam er met de wetswijziging van 2005 een maximumbedrag per betaling bij. Het wetsvoorstel van de regering noemt de reden: bij munten met een ongewoon hoge nominale waarde kunnen vooral particulieren benadeeld worden als ze zo’n munt vanwege een grote “behoefte aan wisselgeld” helemaal niet kunnen aannemen. Bovendien zijn de herdenkings‑ en goudmunten van Münze Österreich alleen in Oostenrijk betaalmiddel, niet in de andere landen van de EU. Dat geldt niet voor de herdenkingsmunten van 2 euro; die zijn in de hele eurozone geldig.
Van 1989 tot 2001 droeg de Philharmoniker een nominale waarde in schilling.
Oostenrijk in het kleingeld.
Dezelfde werkplaats slaat ook het kleingeld. Münze Österreich maakt de euro‑ en centmunten voor de omloop in opdracht van de OeNB, naar behoefte.
Josef Kaiser, hoogleraar aan de Hochschule für angewandte Kunst in Wenen, ontwierp de Oostenrijkse zijden. De drie kleinste munten tonen bloemen: de gentiaan op 1 cent, de edelweiss op 2 cent, de primula op 5 cent. Op 20 cent staat het slot Belvedere, op 50 cent de Secession.
1 cent16,25 mmGentiaan
2 cent18,75 mmEdelweiss
5 cent21,25 mmPrimula
De cirkels tonen alleen de grootte van de munten, op dezelfde schaal, volgens de maten van de Europese Centrale Bank. De platen uit de “Atlas der Alpenflora” van Anton Hartinger, Wenen 1882, tonen planten uit de Alpen, niet de muntbeelden.
Volgens Münze Österreich draagt niet alleen de gemeenschappelijke, maar ook de nationale zijde de nominale waarde.
“Alle euromunten die in de periode van 1998 tot 2002 zijn geslagen, dragen het jaartal 2002.”
Münze Österreich, “Der Euro”
Ontvang binnen enkele minuten een gratis en persoonlijk edelmetaalaanbod dat past bij uw financiële doelen.
Nu offerte aanvragenEs gibt Goldmünzen, die zählt man in Unzen und Aufgeld — und es gibt solche, die man mit der Lupe betrachtet und dabei den Wald zu riechen glaubt. Die Serie Unseren Wildtieren auf der Spur, besser bekannt als Wildtiere Österreich, gehört zur zweiten Sorte. Zwischen 2013 und 2018 prägte die Münze Österreich sechs 100-Euro-Goldmünzen, die je ein heimisches Wildtier in seinem natürlichen Lebensraum zeigen. Dieser Ratgeber beleuchtet Geschichte, Motive, technische Besonderheiten, Echtheitsmerkmale, die steuerliche Behandlung sowie die Frage, ob sich die Serie eher zum Sammeln oder zum Anlegen eignet.
Die Serie Wildtiere Österreich im Überblick
Am 30. Oktober 2013 startete die Münze Österreich ihre sechsteilige Goldmünzenserie mit dem offiziellen Titel „Unseren Wildtieren auf der Spur“. Der Grundgedanke: den Artenreichtum der heimischen Fauna zu würdigen und pro Jahrgang ein anderes Tier ins Rampenlicht zu rücken. Herausgekommen ist eine der stimmungsvollsten österreichischen Sammlermünzen-Reihen der vergangenen Jahre — kein nüchternes Anlageprodukt, sondern eine kleine Galerie in Gold.
Jede Ausgabe erschien in der höchsten Prägequalität Polierte Platte (Proof), mit einer Auflage von maximal 30.000 Exemplaren je Jahrgang. Über alle sechs Motive summiert sich das auf eine Gesamtauflage von rund 180.000 Stück — eine überschaubare Zahl, die dem Seriencharakter zusätzliches Gewicht verleiht. Wer die Reihe komplettiert, hält am Ende sechs Kunstwerke und knapp drei Feinunzen Gold in Händen. Wer tiefer in die Welt österreichischer Prägungen einsteigen möchte, findet in den klassischen Goldmünzen des deutschsprachigen Raums und beim Wiener Philharmoniker weitere Anknüpfungspunkte.
Die sechs Motive und ihre Gestaltung
Die Reihe folgt einer klaren Dramaturgie: Jedes Jahr trat ein neues Tier auf die Bühne, dargestellt entweder als Paar oder als komplette Tierfamilie in seiner typischen Umgebung — der Rothirsch im lichten Wald, die Stockente umringt von Schilf. Die Chronologie der Ausgaben:
- Rothirsch (2013) — der Auftakt, König des Waldes und Sinnbild der Serie
- Wildschwein (2014) — die Bache mit Frischlingen, urig und lebensnah
- Auerhahn (2015) — der balzende Waldvogel in voller Pracht
- Fuchs (2016) — der Rotfuchs, klug und wachsam gezeichnet
- Steinbock (2017) — der Alpensteinbock im hochalpinen Fels
- Stockente (2018) — das abschließende Motiv am Wasser
Verantwortlich für die künstlerische Umsetzung zeichneten bei den ersten vier Jahrgängen die Chefgraveure Thomas Pesendorfer und Helmut Andexlinger. Ab 2017 arbeiteten jeweils mehrere Graveure gemeinsam an einem Motiv, um noch mehr Detailtiefe zu erreichen. Der Reiz zeigt sich oft erst unter Vergrößerung: einzelne Haare im Fell, die Federzeichnung des Auerhahns, die Struktur des Fels. Diese Präzision ist ohne modernste Graviertechnik nicht denkbar und macht die Wildtier-Serie zu einem Paradebeispiel österreichischer Prägekunst.
Motivseite und Wertseite
Die Motivseite trägt das jeweilige Tier in naturnaher Szene. Die Wertseite hingegen bringt eine Besonderheit mit: Neben der Umschrift „REPUBLIK ÖSTERREICH“, dem Jahrgang und dem Nennwert „100 EURO“ zieht sich im unteren Randbereich ein filigranes Ornament — ein wiederkehrendes Stilelement, das ausschließlich auf der Wertseite erscheint und die sechs Ausgaben optisch verklammert.
Ein Wildtier lässt sich nicht bestellen — man muss ihm auf die Spur kommen. Genau dieses Suchen und Entdecken übersetzt die Serie in Gold.
Technische Eigenschaften und Stückelung
Die Wildtiere-Österreich-Münzen weichen bewusst von den üblichen Standards ab — das macht sie unter Sammlern so unverwechselbar. Statt der gängigen 15,55 g einer halben Feinunze bringt jede Münze 16 Gramm Feingold auf die Waage, bei einem Raugewicht von 16,23 g. Auch der Feingehalt von 986/1000 ist untypisch: Es handelt sich um das traditionsreiche Dukatengold, das die Münze Österreich seit Jahrhunderten verwendet — und nicht um die 999,9er Feinheit der klassischen Anlagemünzen.
- Feingewicht: 16 g (etwas mehr als eine halbe Unze)
- Raugewicht: 16,23 g
- Feingehalt: 986/1000 (Dukatengold)
- Durchmesser: 30 mm, Münzrand glatt
- Nennwert: 100 Euro
- Prägequalität: Polierte Platte / Proof
Der aufgedruckte Nennwert von 100 Euro spielt in der Praxis keine Rolle — der tatsächliche Wert liegt weit darüber und orientiert sich am Goldpreis zuzüglich eines Aufschlags für die aufwendige Fertigung und den Sammlercharakter. Eine Silberversion der Serie gibt es übrigens nicht; wer die Münze Österreich in Silber sucht, wird eher beim silbernen Wiener Philharmoniker fündig.
Die Münze Österreich als Prägestätte
Hinter der Serie steht eine der traditionsreichsten Prägestätten der Welt. Die Münze Österreich blickt auf eine über 725-jährige Geschichte zurück und residiert heute im Herzen Wiens am Heumarkt. Sie prägt nicht nur die Anlageklassiker des Landes — allen voran den Wiener Philharmoniker — sondern auch Umlaufmünzen und hochwertige Sammleremissionen wie eben die Wildtier-Serie.
Das Gold wird direkt in der Wiener Prägeanstalt verarbeitet, die Ausgabe erfolgte offiziell über die Münze Österreich. Diese durchgängige Herstellung aus einer Hand ist ein Qualitätsversprechen, das man dem fertigen Stück ansieht. Ähnlich renommierte Häuser wie die Münze Österreich AG und die Prägeanstalten hinter Maple Leaf oder Britannia bestimmen den internationalen Markt hochwertiger Goldprägungen.
Echtheit, Lieferumfang und Aufbewahrung
Jede Münze der Serie wird einzeln gekapselt in einem Etui der Münze Österreich ausgeliefert, begleitet von einem nummerierten Echtheitszertifikat der Prägeanstalt. Diese Kombination aus Originaletui, Zertifikat und nachvollziehbarer Nummerierung ist das wichtigste Echtheitsmerkmal — vollständige Provenienz erhöht bei Sammlermünzen sowohl Sicherheit als auch Wiederverkaufswert.
- Originaletui und nummeriertes Zertifikat stets zusammen aufbewahren
- Kapsel nach Möglichkeit nicht öffnen — Fingerabdrücke mindern bei Proof-Qualität den Wert
- Gewicht (16,23 g rau), Durchmesser (30 mm) und Feingehalt lassen sich zur Kontrolle prüfen
Für die dauerhafte Lagerung empfiehlt sich passendes Zubehör wie Münzkapseln oder eine hochwertige Münzkassette. Optional bot die Münze Österreich seinerzeit eine eigene Holz-Sammelkassette mit kunstvoller Metallplakette an, in der alle sechs Motive stilvoll zusammenfinden. Wer mehrere Serien aufbewahrt, findet weitere Lösungen in der Zubehör-Übersicht.
Steuerliche Behandlung
Bei der steuerlichen Einordnung lohnt der genaue Blick, denn die Wildtiere-Serie fällt trotz Sammlercharakter unter die Regelungen für Goldmünzen. Anlagegold ist innerhalb der EU grundsätzlich umsatzsteuerbefreit, sofern die Kriterien für Anlagegold erfüllt sind — dazu zählt unter anderem ein Feingehalt von mindestens 900/1000 bei Goldmünzen mit gesetzlichem Zahlungsmittelstatus. Mit ihren 986/1000 und dem Nennwert von 100 Euro erfüllt die Serie diese Anforderung.
Steuerlicher Hinweis
Für Privatpersonen gilt in Deutschland zudem: Wird eine Goldmünze länger als ein Jahr gehalten, ist ein etwaiger Veräußerungsgewinn nach Ablauf der Spekulationsfrist steuerfrei. Diese Angaben sind allgemeine Informationen und ersetzen keine individuelle Steuerberatung.
Anders verhält es sich bei Silber, wo häufig die Differenzbesteuerung greift. Wer die steuerlichen Vorteile physischen Goldes gezielt nutzen möchte, findet im Bereich Altersvorsorge und bei den Goldbarren ergänzende Anlageformen.
Sammeln oder Anlegen — für wen eignet sich die Serie?
Die ehrliche Antwort: Die Wildtiere-Österreich-Serie ist in erster Linie ein Sammlerobjekt. Prägequalität Proof, das ungewöhnliche 16-Gramm-Format, der Feingehalt von 986/1000 und das aufwendige Design bedeuten ein spürbares Aufgeld gegenüber dem reinen Goldwert. Wer ausschließlich möglichst viel Feingold zum kleinsten Preis sucht, ist mit klassischen Anlageklassikern wie dem Krügerrand oder dem Maple Leaf besser bedient.
Für Sammler und Naturliebhaber hingegen spielt die Reihe ihre Stärken voll aus: geschlossene sechsteilige Serie, niedrige Auflage, herausragende Gravurkunst und emotionale Motive, die den heimischen Wald ins Wohnzimmer holen. Gerade als werthaltiges Geschenk oder als thematischer Sammelschwerpunkt entfaltet die Serie ihren Reiz. Thematisch verwandte Motivwelten finden sich etwa bei den Heimischen Vögeln oder in der Reihe Call of the Wild. Als deutscher Edelmetallhändler bietet Kettner Edelmetalle solche Prägungen mit versichertem Versand und geprüfter Echtheit an.
Häufig gestellte Fragen zu Wildtiere Österreich
Wie heißt die Serie offiziell und wie viele Münzen umfasst sie? +
Der offizielle Serientitel lautet „Unseren Wildtieren auf der Spur“. Die Reihe umfasst sechs 100-Euro-Goldmünzen, die zwischen 2013 und 2018 von der Münze Österreich ausgegeben wurden — je eine pro Jahrgang.
Welche Tiermotive gibt es in der Serie? +
In chronologischer Reihenfolge: Rothirsch (2013), Wildschwein (2014), Auerhahn (2015), Fuchs (2016), Steinbock (2017) und Stockente (2018). Jedes Motiv zeigt das Tier als Paar oder Familie in seinem natürlichen Lebensraum.
Warum wiegt die Münze 16 Gramm und nicht eine halbe Unze? +
Die Münze Österreich hat sich bewusst für ein Feingewicht von 16 Gramm entschieden — etwas mehr als die 15,55 g einer halben Feinunze. In Kombination mit dem Feingehalt von 986/1000, dem traditionellen Dukatengold, ergibt sich ein charakteristisches Format, das die Serie von Standard-Anlagemünzen abhebt.
Eignet sich die Serie eher zum Sammeln oder als Geldanlage? +
Aufgrund der Proof-Qualität, der niedrigen Auflage und des aufwendigen Designs steht der Sammlercharakter im Vordergrund. Für die reine Goldanlage mit niedrigem Aufgeld sind klassische Anlagemünzen meist die günstigere Wahl. Für Sammler und Naturliebhaber ist die Serie hingegen ein optisch herausragendes Sammelobjekt.
Wie erkenne ich die Echtheit und was gehört zum Lieferumfang? +
Jede Münze wird gekapselt im Originaletui der Münze Österreich mit einem nummerierten Echtheitszertifikat ausgeliefert. Diese Dokumente sollten stets bei der Münze verbleiben. Zusätzlich lassen sich Gewicht (16,23 g Raugewicht), Durchmesser (30 mm) und Feingehalt (986/1000) zur Kontrolle heranziehen.
Ist die Serie umsatzsteuerbefreit? +
Ja. Als Goldmünze mit gesetzlichem Zahlungsmittelstatus, einem Feingehalt von 986/1000 und einem Nennwert von 100 Euro erfüllt die Serie die Kriterien für Anlagegold und ist damit umsatzsteuerbefreit. Für Privatpersonen ist ein Veräußerungsgewinn nach Ablauf der einjährigen Spekulationsfrist steuerfrei.















