1 troy ounce goud Duitse Mark 2026 (oplage: 50 | Reverse Proof)

Door te bestellen gaat u akkoord met de Algemene voorwaarden en hebt u kennisgenomen van het Herroepingsrecht.
- Rarität: nur noch wenige vorrätig
- Kultmotiv: Eichenlaub und Adler
- Spiegelglanz: auf seidenmattem Grund
- RaritätNur noch wenige Exemplare dieser Kleinstauflage vorrätig
- KultmotivDas vertraute Bild, fein bis zur einzelnen Blattader
- SpiegelglanzDas glänzende Relief tritt plastisch aus der Fläche
Deutsche Mark · Editie 2026
De munt die een halve eeuw in onze handen lag.Wanneer herinnering goud wordt.


U ziet de waardezijde.
Ze rinkelde in jaszakken, lag op toonbanken en in het spaarvarken. De grote één tussen de eikentakken ging door miljoenen handen, tot het afscheid van de D-Mark. Nu keert haar beeld terug als eerbetoon, geslagen in fijn goud.
- Oplage 50 stuks
- Reverse Proof
- 31,1 g
Ze was nooit alleen maar geld. Ze was een belofte.
Op 20 juni 1948 kreeg iedereen in de drie westelijke zones 40 D-Mark in handen, in ruil voor 40 Reichsmark: het zogeheten „Kopfgeld”. De volgende dag lagen de etalages al boordevol. De nieuwe valuta gaf de aanzet tot het Duitse economische wonder.
Volgens de Bundesbank genoot de D-Mark vanaf de eerste dag vertrouwen en behield ze dat tot het einde. In ruim vijf decennia werd ze ook internationaal een symbool van waardevast geld.
12 miljard
Sommigen hebben haar nooit helemaal losgelaten: volgens de Bundesbank is nog altijd zo'n twaalf miljard D-Mark niet omgewisseld, meer dan de helft daarvan in munten.
Van Kopfgeld tot afscheid
Een halve eeuw mark
1948
Een nieuw begin
Op 20 juni treedt de valutahervorming in werking. Vanaf de volgende dag is in de drie westelijke zones alleen nog de Deutsche Mark geldig.
1950
De één met het eikenloof
Eind 1950 komt het markstuk in omloop, ontworpen door Josef Bernhart uit München. Het motief blijft tot het afscheid van de D-Mark ongewijzigd.
1951
De Heiermann
Het zilveren vijfmarkstuk van Albert Holl wordt voor het eerst geslagen en is vanaf mei 1952 in omloop. Het blijft de enige zilveren omloopmunt van de Bondsrepubliek.
1957
De Bundesbank
Op 1 augustus neemt de Deutsche Bundesbank de plaats in van de Bank deutscher Länder, die in 1948 de eerste D-Mark had uitgegeven.
1990
Eén mark voor iedereen
„Komt de D-Mark, dan blijven we, komt ze niet, dan gaan we naar haar toe”, zo klonk het tijdens de maandagdemonstraties. Op 1 juli 1990 kwam ze naar de DDR, nog vóór de Duitse eenwording.
2001
Het afscheid
Bij wijze van afscheid geeft de Deutsche Bundesbank de één uit als gouden munt, een miljoen stuks in fijn goud. Sinds 1 januari 2002 betalen de Duitsers met de euro.
Het motief
Een beeld dat iedereen kent
De waardezijde volgt het markstuk van destijds. Wie de mark ooit in handen had, herkent het meteen.


- De grote één
- Helder en zonder tierelantijnen staat het cijfer in het midden, net als op het markstuk dat de Münchense kunstenaar Josef Bernhart ontwierp.
- Twee eikentakken
- Links en rechts omlijsten twee eikentakken met eikels het cijfer. Eikenloof sierde al de pfennigmunten, en nog altijd staat het op de Duitse munten van 1, 2 en 5 cent.
- De adelaar
- Aan de andere zijde spreidt de adelaar zijn vleugels, uitgewerkt tot in elke veer. Op de vleugels staan in kleine letters de nominale waarde en Republic of Liberia.
De muntkwaliteit
Twee manieren om het licht te vangen
Proof
Het veld glanst diep als een spiegel, het motief ligt er mat op. Bij deze kwaliteit worden stempels en muntplaatjes speciaal gepolijst en worden de plaatjes één voor één in de pers gelegd.

Reverse Proof
Hier is het omgekeerd: het veld is mat, het motief glanst als een spiegel. Elke bladnerf en elke veer vangt het licht.
Sommige dingen gaan voorbij.
De herinnering blijft.
De D-Mark is geschiedenis. Haar beeld in edelmetaal blijft, voor u en voor hen aan wie u het ooit doorgeeft.
50
stuks oplage
31,1 g fijn goud · 999,9/1.000 · 40 mm · Reverse Proof · Etui
Een eigen uitgifte van Kettner Edelmetalle, geen uitgave van de Bondsrepubliek Duitsland of de Deutsche Bundesbank. Land van uitgifte is de Republiek Liberia, vandaar de nominale waarde in dollar.
1 Unze Gold Deutsche Mark 2026 – Reverse Proof mit einer Auflage von nur 50 Stück
- Streng limitiert: Kleinstauflage von nur 50 Stück weltweit – eine Zahl, die für sich spricht.
- Wachstumschancen: Sehr hohes Wertsteigerungspotential durch die strenge Limitierung und die anhaltend hohe Nachfrage nach D-Mark-Motiven.
- Rarität: Eine extrem seltene Sammlermünze, die man in dieser Konstellation kaum ein zweites Mal angeboten bekommt.
- Investitionsziel: Ausgesprochenes Sammlerprodukt, dessen Reiz aus Kultmotiv, Prägekunst und minimaler Stückzahl entsteht.
- Motiv: Die legendäre „1 Deutsche Mark" mit Eichenlaub und Eicheln auf der einen, der majestätische Adler auf der anderen Seite.
- Material & Feinheit: 31,1 g Feingold in höchster Reinheit 999,9/1.000 – eine ganze Unze massives Edelmetall, 40,00 mm im Durchmesser.
- Qualität: Reverse Proof, die spiegelbildliche Schwester der Polierten Platte.
- Hersteller: Exklusive Eigenprägung von Kettner Edelmetalle.
- Herkunftsland: Deutschland – ausgegeben für die Republik Liberia mit einem Nennwert von 500 Dollar.
- Lieferung: geschützt im hochwertigen Etui, ideal zum Aufbewahren und Präsentieren.
Manche Motive verschwinden nie ganz. Die „1 Deutsche Mark" gehört dazu – und diese Ausgabe holt sie in einer Form zurück, die selbst erfahrene Sammler aufhorchen lässt: 40 Millimeter Durchmesser, eine volle Unze Gold, dazu eine Stückzahl, die kaum kleiner sein könnte. Unter allen aktuellen Goldmünzen der Serie Symbolik markiert dieses Stück die Spitze der Pyramide.
Das Motiv: Ziffer, Eichenlaub und Adler
Im Zentrum der Hauptseite steht die große Ziffer „1", flankiert von zwei Eichenzweigen mit je einer plastisch ausgeformten Eichel. Eichenlaub gilt seit Generationen als deutsches Sinnbild für Beständigkeit; hier ist es bis zur einzelnen Blattader ausgearbeitet. Darunter der Schriftzug „DEUTSCHE MARK" samt Jahreszahl 2026. Die andere Seite gehört dem Adler: weit gespannte Schwingen, fein gestuftes Federkleid, geöffneter Schnabel. Umlaufend nennt die Goldmünze „1 UNZE 9999 FEINGOLD" sowie die Ausgabedaten der Republik Liberia. Ein feiner Perlkreis rahmt beide Seiten, der geriffelte Rand vollendet die Gestaltung.
Reverse Proof – Prägekunst auf höchstem Niveau
Bei klassischer Polierter Platte spiegeln die Flächen, während das Relief mattiert erscheint. Beim Reverse Proof ist es genau umgekehrt: Das Motiv glänzt spiegelnd, der Grund bleibt seidenmatt. Dieser umgekehrte Kontrast lässt Adler und Eichenlaub regelrecht aus der Fläche treten. Jede Feder, jede Blattader wird zum Lichtspiel – und weil die Technik aufwendiger ist, bleibt sie fast immer kleinen Serien vorbehalten.
Ein Motiv mit Geschichte
Die Gestaltung knüpft an mehr als hundert Jahre deutsche Währungsgeschichte an: von der Goldmark des Kaiserreichs über die D-Mark, die über fünf Jahrzehnte den Alltag von Millionen Menschen prägte, bis zur offiziellen 1-DM-Goldmünze des Jahres 2001. Wer die Mark noch selbst im Portemonnaie hatte, erkennt dieses Bild sofort. Genau diese emotionale Wiedererkennung macht die Reihe – die es auch in Silber gibt – bei Sammlern so gefragt.
Warum diese Rarität Sammler elektrisiert
Im Sammlermarkt entscheidet die Auflage fast alles. Bei einer Limitierung auf 50 Exemplare weltweit ist die Rechnung schnell gemacht: Es kann nie genug Stücke für alle Interessenten geben. Daraus speist sich das Wertsteigerungspotential dieser Ausgabe. Gesuchte Kleinstauflagen wandern erfahrungsgemäß in feste Sammlungen – und tauchen danach nur noch selten wieder auf.
- Doppelte Substanz: Sammlerwert dank der sehr niedrigen Auflage, Materialwert dank einer vollen Unze Feingold.
- Steuerlich attraktiv: Anlagegold ist mehrwertsteuerfrei; nach einer Haltefrist von mindestens einem Jahr sind Gewinne aus dem Verkauf grundsätzlich steuerfrei.
- Weltweit handelbar: Gold wird auf jedem Kontinent anerkannt und ist jederzeit liquide.
- Sammlungswürdig: ein Kultmotiv in der größten Stückelung der Serie, gefertigt in der aufwendigsten Prägetechnik.
- Geschenkfähig: im Etui präsentiert – Zeitgeschichte im Schmuckkästchen.
Gold ist die älteste Währung der Welt. Es hat alle anderen überlebt, besitzt einen inneren Wert und wird seinen Glanz niemals verlieren.
Im Vergleich zu ähnlichen Ausgaben
Die Deutsche Mark 2026 erschien auch in Polierter Platte mit 99 Exemplaren sowie in kleineren Stückelungen mit Auflagen von 5.000 Stück. Diese Fassung setzt sich klar ab: Sie ist die einzige mit der Reverse-Proof-Technik und liegt mit nur 50 Stück am unteren Ende aller Auflagen der Reihe. Gegenüber Klassikern wie dem Krügerrand ist der Unterschied noch deutlicher – dort werden Anlagemünzen in Millionenzahl geprägt, hier gerade einmal ein Dutzend Handvoll. Der einzige Nachteil einer solchen Rarität liegt auf der Hand: Wer zögert, kommt zu spät.
Substanz, die bleibt
Seit über 6.000 Jahren dient Gold als Wertspeicher. Sein Angebot ist begrenzt, sein Wert war nie null, und die größten Bestände liegen bei den Zentralbanken. Dieses Fundament trägt jedes Sammlerstück aus Feingold – nebenbei erfüllt physisches Edelmetall auch die Rolle als Inflationsschutz und als Krisenschutz. Im Vordergrund steht hier jedoch der Sammlerreiz: ein legendäres Motiv, höchste Prägequalität und eine Stückzahl, die dieses Exemplar zum Solitär macht. Sichern Sie sich ein Stück deutscher Währungsgeschichte, bevor die letzten Exemplare in festen Sammlungen verschwunden sind.
Afbeelding kan afwijken van het eindproduct.

















