Crisisbeschermingspakketten – munten voor de volgende crisis
- tot
- Direct leverbaar
Kettner Crisisbeschermingsbox XS
Goudbaar 0,1g Heimerle und Meule (Kettner Edelmetalle)
32 x 1g goudbaar Heimerle und Meule UnityBar
Goudbaar 1/100 troy ounce Heimerle und Meule (Kettner Edelmetalle)
Kettner zilveren crisisbeschermingskaart (met RFID blocker)
Goudbaar 1g Heimerle und Meule
100 x 1g zilver CombiCoin munttablet
Zilverbaar 1g Heimerle und Meule (Kettner Edelmetalle)
5 x 1g goudbaar Heimerle und Meule UnityBar
Pakket Zwart-Rood-Trots
Beginnerspakket zilver XS
Gouden muntbaar 1g Heimerle und Meule Malta
Goud starterspakket XS
Beginnerspakket zilver M
Kettner Crisisbeschermingsbox
Goudbaar 1/200 troy ounce Heimerle und Meule (Kettner Edelmetalle)
50 x 1g goud CombiBar combibaar (goudplaatjes)
Onafhankelijkheidspakket
Belastingvrij pakket
Pakket Anti-digitaal
50 x goudbaar 1g Heimerle und Meule UnityBar
Goudbaar 0,5g Heimerle und Meule (Kettner Edelmetalle)
Beginnerspakket goud M
Goudbaar 1/20 troy ounce Heimerle und Meule (Kettner Edelmetalle)
5 x 1g goud Heimerle und Meule Malta muntbaar UnityBar
Goud starterspakket S
Goudbaar 1g Heimerle und Meule (Kettner Edelmetalle)
Crisisbeschermingspakket goud XXL
Kettner goud-zilver Crisisbeschermingskaart Duitsland (met RFID-blocker)
Een kilo brood, twee keer gerekend.
In 1923 verloor het papiergeld in Duitsland zijn waarde. Het Statistisches Reichsamt, het statistiekbureau van het Duitse Rijk, legde de prijzen in Berlijn week na week vast, in mark en omgerekend in goud.

In goud gerekend bleef de broodprijs het hele jaar een bedrag in pfennigs, tussen 2 en 78 pfennig.
Op papier: 233 miljard mark. In goud gerekend: 39 pfennig, vóór de oorlog was dat 28.
In mark werd de broodprijs van 3 januari tot 19 november meer dan een miljard keer zo hoog.
Statistisches Reichsamt, Zahlen zur Geldentwertung in Deutschland 1914 bis 1923, Berlijn 1925. Het Reichsamt rekende de prijzen in goud om via de dollarkoers in Berlijn.
- 191310 pfennig
- 1 november 1923100 miljoen mark
- 5 november1 miljard mark
- 12 november10 miljard mark
- 1 december 1923weer 10 pfennig
Porto voor een brief binnen Duitsland tot 20 gram. Bronnen: Statistisches Reichsamt 1925 en Bund Deutscher Philatelisten, de Duitse filatelistenbond.
Er werd in goud gerekend.
In de herfst van 1923 werden steeds meer prijzen in goudmark vermeld en in papiermark betaald. De verordening van 15 oktober 1923 tot oprichting van de Deutsche Rentenbank gaf de goudwaarde van de goudmark aan.
“Goudmark … is de waarde van 1/2790 kilogram fijn goud.”
Verordnung über die Errichtung der Deutschen Rentenbank, § 6 lid 2, Reichsgesetzblatt 1923, deel I, blz. 963 e.v.
Omgerekend is dat ongeveer 0,36 gram fijn goud per goudmark. Vanaf november 1923 was één dollar officieel 4,20 goudmark waard, bijna precies zoveel als vóór de oorlog.


Geld dat in goud luidde
Eind oktober 1923 stond de rijksregering waardevast noodgeld toe. Het luidde in goudmark, vaak met de waarde in dollars erbij, en was gedekt door gedeponeerde obligaties van de goudlening van het Rijk. Uiteindelijk waren er meer dan 2.800 soorten waardevaste biljetten in omloop.
De treden zijn delen van een dollar van 4,20 goudmark. Een noodbiljet mocht in de regel op hoogstens 4,20 goudmark luiden, dus op één dollar. Fijn goud gerekend met 1/2790 kilogram per goudmark.
1/200 troy ounce goudbaar1/200 oz goudbaarHeimerle + MeuleEditie KettnerFijn goud 999,9/1.000Rekenkundig kwam een biljet van 0,42 goudmark overeen met ongeveer 0,15 gram fijn goud. Een baar van 1/200 troy ounce bevat met ongeveer 0,16 gram maar een klein beetje meer.
Een biljoen tegen één.
Vanaf 15 november 1923 gaf de Deutsche Rentenbank nieuw geld uit, de Rentenmark. Vanaf 20 november was één Rentenmark gelijk aan één biljoen papiermark.
De Rentenmark was verdeeld in 100 Rentenpfennig. Zij was gedekt door Rentenbriefe, obligaties die in goudmark luidden, met grond als onderpand.
Eén dollar was 4,20 Rentenmark waard. Op de Berlijnse beurs kostte hij vanaf 20 november 4,2 biljoen mark.

Kleiner dan een gram.
De crisisbeschermingspakketten XS tot en met XL van Heimerle + Meule bevatten goud in vijf formaten onder de twee gram: 0,1 gram, 1/100 troy ounce, 0,5 gram, 1 gram en 1/20 troy ounce.
Eén troy ounce weegt 31,1034768 gram. Omgerekend is 1/100 troy ounce dus ongeveer 0,31 gram en 1/200 troy ounce ongeveer 0,16 gram.
0,1 g goudbaar0,1 g goudbaarHeimerle + MeuleEditie KettnerFijn goud 999,9/1.000
1/100 troy ounce goudbaar1/100 oz goudbaarHeimerle + MeuleEditie KettnerFijn goud 999,9/1.000- Crisisbeschermingspakket MCrisispakket MHeimerle + MeuleGoud in vijf matenplus zilverbaren van 1 g
Wat er in de box zit.
De Kettner Krisenschutz Box bevat 12 goudbaren en 48 zilverbaren van Heimerle + Meule. Eén deel goud op vier delen zilver. De Box XS houdt dezelfde verhouding aan, met 4 en 16 baren.
Kettner Krisenschutz BoxKrisenschutz Box12 × 1 g goud48 × 1 g zilverHeimerle + Meule
Kettner Krisenschutz Box XSKrisenschutz Box XS4 × 1 g goud16 × 1 g zilverHeimerle + Meule
In het EU‑recht gelden goudbaren met een goudgehalte van ten minste 99,5 procent en gouden munten met een goudgehalte van ten minste 90 procent als liquide middelen, in de categorie “als zeer liquide waardedrager gebruikte commodity’s”. Verordening (EU) 2018/1672, artikel 2 en bijlage I
Ontvang binnen enkele minuten een gratis en persoonlijk edelmetaalaanbod dat past bij uw financiële doelen.
Nu offerte aanvragenWenn Währungen wanken und das Vertrauen in Papiergeld schwindet, suchen Menschen seit jeher nach einem Wert, der bleibt. Gold und Silber haben genau das über Jahrtausende geleistet – als greifbarer Sachwert, der keine Bank, kein Netz und keinen funktionierenden Zahlungsverkehr braucht. Krisenschutzpakete bündeln diese Idee in fertig zusammengestellten Mischungen aus bekannten Anlagemünzen und Barren. In den folgenden Abschnitten geht es darum, warum Edelmetalle zur Krisenvorsorge gehören, welche Stückelungen sinnvoll sind und worauf bei Echtheit, Steuer und Lagerung zu achten ist.
Warum Edelmetalle zum Krisenschutz gehören
Der Gedanke hinter jedem Krisenschutz ist einfach: Gold und Silber besitzen einen inneren Wert, der nicht vom Versprechen eines Schuldners oder der Stabilität einer Währung abhängt. Während Guthaben auf dem Konto in einer Krise an Kaufkraft verlieren oder zeitweise nicht verfügbar sein können, bleibt physisches Edelmetall ein Sachwert zum Anfassen. In Phasen hoher Inflation, bei Währungsreformen und in geopolitischen Krisen haben sich Edelmetalle historisch als wertstabil erwiesen.
Die Geschichte spricht eine deutliche Sprache: In der Hyperinflation der Weimarer Republik von 1923 konnte, wer eine Goldmünze besaß, noch Lebensmittel kaufen – wer nur Scheine hatte, fuhr mit der Schubkarre zum Bäcker. Ähnliche Bilder zeigten sich später in Argentinien, Simbabwe und Venezuela. Anleger nutzen Edelmetalle deshalb nicht in erster Linie als Renditeobjekt, sondern als Versicherung für das eigene Vermögen. Der Krisenschutz-Gedanke ergänzt damit eine breitere Strategie zum Inflationsschutz; wer den Einstieg sucht, findet in den Anlagemünzen eine solide Grundlage.
Was einen guten Krisenschutz ausmacht
- Physischer Besitz – das Metall liegt im eigenen Zugriff, nicht als Papierforderung.
- Teilbarkeit – kleine Stückelungen lassen sich bei Bedarf einzeln verwerten.
- Weltweite Anerkennung – bekannte Anlagemünzen sind international handelbar.
- Fälschungssicherheit – etablierte Prägungen mit klaren Echtheitsmerkmalen.
- Diskrete Lagerung – kompakte, wertdichte Formate lassen sich sicher verwahren.
Gold als Fundament der Krisenvorsorge
Gold ist das Kernmetall jeder Krisenvorsorge. Es ist weltweit anerkannt, extrem wertdicht und in Deutschland beim Kauf von Anlagegold umsatzsteuerbefreit. Für den Krisenschutz haben sich vor allem kleine Stückelungen bewährt, weil sie sich einzeln veräußern lassen und geringere Beträge binden als große Barren oder ganze Unzen. Nicht ohne Grund gilt Gold seit Generationen als der letzte sichere Hafen, wenn andere Werte ins Wanken geraten.
Besonders beliebt sind Zehntelunzen-Goldmünzen bekannter Prägestätten. Der südafrikanische Krügerrand, die Britannia der britischen Royal Mint, der American Eagle sowie das schweizerische Vreneli zählen zu den meistgehandelten Anlagegoldmünzen der Welt. Wer eine breite Auswahl an Goldmünzen vergleicht, findet für nahezu jedes Budget das passende Format.
Kleine Goldmünzen als flexible Krisenreserve
Eine 1/10-Unzen-Goldmünze enthält rund 3,11 Gramm Feingold und ist damit auch bei hohen Goldpreisen für viele erschwinglich. Der Vorteil liegt auf der Hand: Statt einer einzigen großen Münze verteilt sich das Vermögen auf viele kleine Einheiten. In einer Notlage muss so nicht der komplette Gegenwert einer Unze auf einmal veräußert werden – eine ganze Münze wird im Tauschgeschäft immer beliebter sein als eine gestückelte. Wer noch kleinere Einheiten sucht, findet mit einem 1-Gramm-Goldbarren oder einem 5-Gramm-Goldbarren zusätzliche Feinabstufungen.
Silber als Ergänzung – teilbar und alltagstauglich
Silber gilt als das Krisenmetall für den kleineren Geldbeutel. Der niedrigere Preis pro Unze macht Silbermünzen zur idealen Ergänzung, wenn es um kleinteilige Werte für den Alltag geht. In einem Krisenszenario, in dem Bargeld an Wert verliert, liegen kleine Silbereinheiten näher an gängigen Alltagsbeträgen als hochwertige Goldmünzen – zehn 1-oz-Silbermünzen passen bequem in eine Jackentasche.
Klassiker unter den Anlagesilbermünzen sind der Maple Leaf aus Kanada, der Wiener Philharmoniker und die Silber-Britannia. Wer größere Mengen aufbauen möchte, greift zu Silberbarren oder platzsparenden Münzstangen. Eine breite Übersicht bieten die Silbermünzen insgesamt.
Hinweis zur Besteuerung von Silber
Anders als Anlagegold unterliegt Silber in Deutschland der Umsatzsteuer. Für Silbermünzen aus dem Nicht-EU-Raum kommt häufig die Differenzbesteuerung zum Einsatz, wodurch nur die Handelsspanne besteuert wird. Anlagegold ist demgegenüber gemäß § 25c UStG umsatzsteuerbefreit.
Diese Angaben dienen der allgemeinen Information und stellen keine Steuerberatung dar. Für die persönliche steuerliche Situation empfiehlt sich stets die Rücksprache mit einem Steuerberater.
Stückelung und Zusammenstellung eines Krisenschutzpakets
Der Kern eines durchdachten Krisenschutzes ist die richtige Mischung aus großen und kleinen Einheiten. Große Stückelungen sind pro Gramm günstiger, kleine dafür flexibler. Eine ausgewogene Kombination verbindet beide Vorteile. Die Unze bildet dabei das weltweit anerkannte Maß: Der Krügerrand und andere Anlagemünzen sind mit einem Feingewicht von 31,10 Gramm ausgestattet und entsprechen damit dem internationalen Investment-Standard.
Typische Bausteine im Überblick
- Kleine Goldmünzen (1/10 oz) – flexibel teilbar, weltweit handelbar, umsatzsteuerfrei.
- Größere Goldeinheiten (1/2 oz, 1 oz, Barren) – günstigerer Aufschlag pro Gramm für den Vermögenskern.
- Silbermünzen und -barren – alltagsnahe Kleinbeträge und mengenmäßiger Ausgleich.
- Fertige Pakete – vorkonfektionierte Zusammenstellungen für den schnellen Einstieg.
Wer nicht selbst zusammenstellen möchte, findet mit den Investorenpaketen und einem Gold-Silber-Mix fertig kuratierte Mischungen. Für den Mix spricht, dass er beide Metalle in einem Paket vereint und so Wertdichte und Teilbarkeit ausbalanciert. Viele dieser Sets kommen inklusive eines edlen Samtbeutels, sodass sich das Paket angemessen lagern oder auch verschenken lässt.
Echtheit und Qualität sicher erkennen
Ein Krisenschutz ist nur so gut wie die Echtheit der enthaltenen Metalle. Etablierte Anlagemünzen verfügen über klar definierte Maße, Gewichte und Feingehalte, die eine Prüfung erleichtern. Bekannte Prägungen wie Krügerrand, Britannia oder Maple Leaf sind zudem weltweit so verbreitet, dass Fälschungen im Fachhandel schnell auffallen.
Wichtige Prüfmerkmale sind unter anderem:
- Gewicht und Durchmesser – exakt genormte Werte pro Prägung.
- Feingehalt – Anlagegoldmünzen bestehen aus 999,9er oder 916,7er Gold.
- Prägequalität – scharfe Konturen, saubere Reliefs, korrektes Motiv.
- Sicherheitsmerkmale – moderne Münzen tragen teils Mikrogravuren oder Feldstrukturen.
Kettner Edelmetalle setzt auf eine ISO-konforme Echtheitsprüfung und ein vollautomatisiertes Hochsicherheits-Logistikzentrum, sodass jedes Produkt geprüft das Haus verlässt. Für die sichere Aufbewahrung geprüfter Münzen empfiehlt sich passendes Zubehör wie Münzkapseln, die vor Kratzern und Umwelteinflüssen schützen.
Steuerliche Behandlung und Aufbewahrung
Die steuerliche Behandlung unterscheidet sich je nach Metall deutlich. Anlagegold ist beim Kauf umsatzsteuerfrei, Silber, Platin und Palladium hingegen nicht. Besonders relevant ist die Spekulationsfrist: Ein Gewinn aus dem Verkauf physischer Edelmetalle ist nach einer Haltedauer von mehr als einem Jahr steuerfrei. Damit eignet sich physisches Gold auch als langfristiger Baustein zur Altersvorsorge – wer den Krisenschutz über Jahre aufbaut, profitiert von dieser Regelung besonders.
Bei der Aufbewahrung stehen zwei Wege offen: die Heimlagerung im eigenen Zugriff und das Bankschließfach. Für den Krisenschutz sprechen viele Argumente für die Heimlagerung, denn nur so ist das Metall jederzeit verfügbar – gerade in einer Krise, in der Bankzugänge eingeschränkt sein könnten. Ein zertifizierter Tresor sowie schützendes Zubehör wie Münzkassetten und Dosensafes helfen dabei. Wer Silber in größeren Mengen hält, sollte den Platzbedarf einkalkulieren, da Silber deutlich voluminöser ist als der wertgleiche Gold-Gegenwert.
Ein Krisenschutz entfaltet seinen Zweck nur dann, wenn das Edelmetall im entscheidenden Moment auch tatsächlich griffbereit ist.
Weitere Edelmetalle zur Diversifikation
Neben Gold und Silber ergänzen Platin und Palladium ein breit aufgestelltes Edelmetalldepot. Beide Metalle sind seltener als Gold und werden stark industriell nachgefragt, was ihre Preisbildung von der reinen Anlagelogik unterscheidet. Als Beimischung erhöhen sie die Streuung, sollten im Krisenschutz aber eher eine ergänzende Rolle spielen, da sie weniger als klassisches Zahlungsmittel etabliert sind. Auch Kupfer wird gelegentlich als günstiger Sachwert genannt, eignet sich wegen des niedrigen Werts pro Gewicht jedoch kaum als kompakte Krisenreserve. Wer strategisch vorgeht, kombiniert einen soliden Goldkern mit Silber als teilbarer Ergänzung und nutzt Platin oder Palladium nur zur gezielten Streuung.
Häufig gestellte Fragen zum Krisenschutz
Welche Edelmetalle eignen sich am besten als Krisenschutz? +
Physisches Gold bildet in der Regel den Kern, weil es weltweit anerkannt, wertdicht und beim Kauf umsatzsteuerfrei ist. Silber ergänzt als teilbares, alltagsnahes Metall. Kleine Stückelungen wie 1/10-Unzen-Goldmünzen gelten als besonders flexibel, weil sie sich bei Bedarf einzeln verwerten lassen.
Warum sind kleine Stückelungen für den Krisenschutz sinnvoll? +
Kleine Einheiten wie 1/10-Unzen-Münzen oder Gramm-Barren erlauben es, das Vermögen auf viele Teile zu verteilen. In einer Notlage muss so nicht der Gegenwert einer ganzen Unze auf einmal veräußert werden. Der Nachteil ist ein etwas höherer Aufschlag pro Gramm im Vergleich zu großen Einheiten.
Ist der Kauf von Edelmetallen für den Krisenschutz steuerpflichtig? +
Anlagegold ist beim Kauf gemäß § 25c UStG umsatzsteuerbefreit. Silber, Platin und Palladium unterliegen der Umsatzsteuer, häufig in Form der Differenzbesteuerung. Gewinne aus dem Verkauf physischer Edelmetalle sind nach mehr als einem Jahr Haltedauer steuerfrei. Diese Angaben ersetzen keine individuelle Steuerberatung.
Wie werden Edelmetalle im Rahmen des Krisenschutzes am besten gelagert? +
Für den Krisenschutz ist die Heimlagerung in einem zertifizierten Tresor oft vorteilhaft, weil das Metall dann jederzeit verfügbar ist. Münzkapseln, Münzkassetten und Dosensafes schützen zusätzlich vor Beschädigung. Beim Bankschließfach ist zu bedenken, dass der Zugang in einer Krise eingeschränkt sein könnte.
Lohnt sich ein fertiges Krisenschutzpaket oder die eigene Zusammenstellung? +
Fertige Pakete bieten eine ausgewogene, vorkonfektionierte Mischung aus Gold und Silber und erleichtern den Einstieg. Wer bereits Erfahrung hat, kann individuell aus Goldmünzen, Silbermünzen und Barren eine auf das eigene Budget abgestimmte Kombination zusammenstellen. Beide Wege lassen sich auch kombinieren.
Welche Rolle spielen Platin und Palladium beim Krisenschutz? +
Platin und Palladium sind seltener als Gold und werden stark industriell nachgefragt. Als Beimischung erhöhen sie die Streuung eines Edelmetalldepots. Für den reinen Krisenschutz spielen sie eine ergänzende Rolle, da sie weniger als klassisches Wertaufbewahrungs- und Tauschmittel etabliert sind als Gold und Silber.





































