0,5g Goudbaar
- tot
- Direct leverbaar
Goudbaar 0,5g Heimerle und Meule (Kettner Edelmetalle)
Goudbaar 0,5 g PAMP 25 jaar Harry Potter
Goudbaar 0,5g Valcambi
0,5 gram goud In Memoriam paus Franciscus 2025 (oplage: 15.000 | proof)
Goudbaar 0,5 g C. Hafner
0,5g goud Kangaroo Mini Roo 2026 (proof)
0,5 g goud Krios 2026 (oplage: 5.000 | Silk Finish)
0,5g goud Heimerle und Meule Malta muntbaar
0,5 g goud Barre de Luxe - Luipaard 2026 (oplage: 5.000 | proof)
Goudbaar 0,5g Hartelijk dank (Valcambi)
Goudbaar 0,5g Heimerle und Meule
Goudbaar 0,5g PAMP Suisse
De gram komt uit het water.
De gram werd in Parijs vastgelegd: in de wet van 18 germinal van het jaar III, volgens onze kalender op 7 april 1795. In artikel 5 staat:
„Gramme, le poids absolu d’un volume d’eau pure égal au cube de la centième partie du mètre, et à la température de la glace fondante.”
Wet van 18 germinal an III (7 april 1795), artikel 5
Bedoeld is het gewicht van zuiver water in een kubus met ribben van één centimeter, bij de temperatuur van smeltend ijs. De kilogram was alleen een veelvoud daarvan: artikel 7 omschrijft hem als het gewicht van duizend gram.
- Water10 mm ribbe
- Goud15 × 8,7 mm
Beide op dezelfde schaal. De kubus toont de gram volgens de wet van 1795, daarnaast een baar van 1 gram van Heimerle + Meule met de afmetingen van de fabrikant.
Twintig druppels water uit een genormeerde druppelteller wegen samen ongeveer één gram.
In Duitsland geldt de gram sinds 1 januari 1872. Dat bepaalde de Maß‑ und Gewichtsordnung, de wet op maten en gewichten van de Noord‑Duitse Bond van 17 augustus 1868. In artikel 6 staat: „De kilogram wordt in 1000 gram verdeeld”. En: „Een halve kilogram heet het pond.”
Vanaf 1889 hing de maat aan een cilinder van platina en iridium, de oerkilogram bij Parijs. De eerste Algemene Conferentie voor Maten en Gewichten besloot: „Dit prototype geldt voortaan als eenheid van massa.” De Duitse kopie, nummer 52, wordt onder twee glazen stolpen bewaard in de Physikalisch‑Technische Bundesanstalt (PTB) in Braunschweig.
Bij de laatste vergelijkingen was het verschil tussen de oerkilogram en zijn kopieën volgens de PTB gegroeid tot 50 microgram, „ongeveer dezelfde massa als de vleugel van een vlieg”. Sinds 20 mei 2019 hangt de kilogram aan een natuurconstante, de constante van Planck.

Waar goud niet in grammen wordt gewogen.
De gram is niet overal de maat voor goud. In Vietnam rekent men in lượng en chỉ. Een regeringsbesluit legde in 2012 vast: één lượng is 37,5 gram, één chỉ 3,75 gram, beide alleen voor het wegen van goud en zilver.
In Hongkong verhandelt de goud‑ en zilverbeurs goud in tael. Eén tael is daar 37,429 gram.
Ook de troy ounce, waarin veel munten en baren worden gewogen, is opgebouwd uit een kleinere maat, de grain: 480 grain vormen één troy ounce, één grain weegt 64,79891 milligram. Zo staat het in Handbook 44 van de Amerikaanse normeninstantie NIST.
- 1 gram Wet van 17951 g
- 1 chỉ Vietnam3,75 g
- 1 troy ounce 480 grain31,10 g
- 1 tael Hongkong37,43 g
- 1 lượng Vietnam37,5 g
De waarden komen uit besluit 86/2012 van de Vietnamese regering, van de goud‑ en zilverbeurs in Hongkong en van het NIST. Troy ounce en tael zijn afgerond op twee decimalen.

Driekwart ton gesteente voor één gram.
Goud dat vandaag uit de grond komt, zit meestal onzichtbaar in het gesteente. In het tweede kwartaal van 2022 bevatte het erts dat goudmijnen wereldwijd verwerkten gemiddeld 1,29 gram goud per ton. Dat schrijft Metals Focus in een bijdrage bij de World Gold Council.
Gerekend zit één gram goud daarmee in ongeveer 775 kilogram erts, ruim driekwart ton.
- één ton
- ongeveer 775 kg erts
- 1 g goud
Schema: het vierkant staat voor één ton. Alleen de gouden punt is niet op schaal, op dezelfde schaal zou hij kleiner zijn dan één pixel.
In gewoon gesteente zit nog veel minder goud. Gemiddeld bevat de aardkorst 0,004 gram per ton, schrijft de geologische dienst van de VS. Voor één gram zou dat gerekend 250 ton zijn.
In de Witwatersrand in Zuid‑Afrika werd van 1886 tot 2005 ongeveer 5,87 miljard ton gesteente gedolven en gemalen. Gemiddeld leverde dat 8,07 gram goud per ton op.

Eén gram Rijngoud.
Ook de Rijn voert goud mee, in piepkleine schilfers. Het Duitse federale instituut voor geowetenschappen en grondstoffen (BGR) schrijft:
„In de Rijn komt spoelgoud bijna uitsluitend voor in de vorm van zeer fijne schilfers tot 0,3 mm doorsnede en 0,003‑0,005 mg gewicht.”
Bundesanstalt für Geowissenschaften und Rohstoffe, Commodity Top News nr. 30, 2009
Gerekend is één gram Rijngoud daarmee 200.000 tot ongeveer 330.000 schilfers.
- Schilfer0,3 mm
- Baar van 1 g15 × 8,7 mm
Beide op dezelfde schaal. De fijne cirkel toont alleen waar de schilfer ligt. De maximale grootte van de schilfers noemt het BGR, de afmetingen van de baar Heimerle + Meule.
In 1960 scheidde een grindbedrijf bij Bruchhausen, ten zuiden van Karlsruhe, uit 50.000 kubieke meter grind 21,3 gram goud af. Rekenkundig komt dat neer op ongeveer 2.350 kubieke meter grind per gram.
De goudwassers hadden een vuistregel: om het wassen lonend te maken, moest een schep zand bij Straatsburg 10 tot 20 schilfers bevatten, bij Mannheim minstens 40 tot 50. Stroomafwaarts worden de schilfers steeds fijner.
De Munt in Karlsruhe ontving in 1874 voor het laatst Rijngoud, 89,8 gram.
Van strook tot baar.
Hoe uit fijn goud een kleine geslagen baar ontstaat, beschrijft het naslagwerk Gold Bars Worldwide stap voor stap, op basis van gegevens van de Perth Mint in Australië. Het goud wordt daarvoor tot een strook gewalst.
Voordat de stansmachine draait, worden met een handpers losse proefplaatjes uit de strook gesneden en gewogen. Is er een te zwaar, dan gaat de strook nog een keer door de wals.
Daarna stanst een pers de plaatjes uit de strook, en elk plaatje wordt afzonderlijk gewogen. Te lichte en duidelijk te zware gaan terug de smeltoven in, net als het rooster dat van de strook overblijft.
Geslagen wordt tussen twee stempels, een ring houdt daarbij de vorm. Soms is er meer dan één slag nodig.
- Strook
- Plaatje
- Balans
- Stempel
15.000baren in standaardkwaliteit slaat één stempel hoogstens. Na ongeveer 5.000 wordt hij doorgaans nagepolijst.
Schema naar gegevens van de Perth Mint.

Ontvang binnen enkele minuten een gratis en persoonlijk edelmetaalaanbod dat past bij uw financiële doelen.
Nu offerte aanvragenEin halbes Gramm Gold liegt fast schwerelos in der Hand – und doch steckt darin ein Stück echter Wertbeständigkeit. 0,5 g Goldbarren gehören zu den kleinsten geprägten Goldformaten am Markt und öffnen den Einstieg in die Welt des physischen Goldes für nahezu jedes Budget. Dieser Ratgeber beleuchtet, was den 0,5-Gramm-Barren ausmacht: Herstellung, Feingehalt, die wichtigsten Prägestätten, steuerliche Besonderheiten, Aufbewahrung und die Frage, für wen sich das kleinste Goldformat wirklich lohnt.
0,5 g Goldbarren – Gold im Kleinstformat
Der 0,5 g Goldbarren ist ein Anlageprodukt aus reinem Feingold mit einem Feingehalt von 999,9 (24 Karat). Trotz seiner winzigen Maße – meist nur wenige Millimeter Kantenlänge – trägt jeder Barren die vollständigen Prägemerkmale eines großen Anlagebarrens: Herstellerlogo, Gewichtsangabe, Feingehalt und häufig eine individuelle Seriennummer. Damit ist auch das kleinste Goldformat ein vollwertiges Stück Edelmetall, das weltweit gehandelt wird.
Gerade als Einstieg in die Welt der Goldbarren ist dieses Format beliebt: Es erlaubt den Kauf von physischem Gold ohne großen Kapitaleinsatz und eignet sich hervorragend, um Schritt für Schritt ein Edelmetallvermögen aufzubauen. Wer größere Mengen anstrebt, findet in den Geschwisterformaten wie dem 1 g Goldbarren oder dem 5 g Goldbarren die nächste Stufe.
Geprägt statt gegossen
Goldbarren dieser Größe werden ausnahmslos geprägt und nicht gegossen. Beim Prägen wird ein Goldplättchen unter hohem Druck in Form gebracht, wodurch eine glatte, gleichmäßige Oberfläche mit gestochen scharfen Konturen entsteht. Das Ergebnis wirkt edel und präzise – ein deutlicher Unterschied zu den rustikaleren gegossenen Barren, die erst ab größeren Gewichten üblich sind. Viele Hersteller liefern den 0,5-Gramm-Barren eingeschweißt in einer Blisterkarte mit Zertifikat aus, was Echtheit und Erhaltungszustand schützt.
Hersteller und Prägestätten
Die Qualität eines kleinen Goldbarrens steht und fällt mit dem Hersteller. International anerkannte Scheideanstalten garantieren den deklarierten Feingehalt und sorgen für weltweite Handelbarkeit. Zu den bekanntesten Namen zählen:
- Heimerle und Meule – die älteste Scheideanstalt Deutschlands aus Pforzheim, bekannt für ihre kleinen geprägten Barren.
- Valcambi – Schweizer Hersteller, berühmt für das CombiBar-Konzept und höchste Prägequalität.
- Heraeus – ein traditionsreicher Edelmetallkonzern mit langer Geschichte in der Goldverarbeitung.
- Argor-Heraeus und Degussa – weitere weltweit gefragte Marken im Kleinbarren-Segment.
Ein entscheidendes Qualitätsmerkmal ist die LBMA-Zertifizierung. Die London Bullion Market Association führt eine Liste anerkannter Hersteller, deren Barren als Good Delivery gelten und ohne erneute Prüfung gehandelt werden können. Wer Wert auf reibungslosen Wiederverkauf legt, achtet auf einen Barren aus dieser Liste. Neben Goldbarren führen viele dieser Prägestätten auch Silberbarren und Platinbarren im Programm.
Feingehalt, Maße und Echtheit
Ein 0,5 g Goldbarren besteht aus 999,9 Feingold, also nahezu reinem Gold ohne nennenswerte Beimischung. Dieser Feingehalt ist international standardisiert und auf jedem Barren eingeprägt. Die geringen Maße machen das Format handlich, stellen aber zugleich besondere Anforderungen an die Echtheitsprüfung.
Prüfmerkmale im Überblick
- Gewicht – eine präzise Feinwaage bestätigt das exakte halbe Gramm.
- Prägung – scharfe Konturen, sauberes Herstellerlogo und korrekte Feingehaltsangabe.
- Originalverpackung – eine unbeschädigte Blisterkarte mit Seriennummer und Zertifikat erhöht die Sicherheit.
- Herkunft – der Kauf bei einem etablierten Händler minimiert das Fälschungsrisiko von vornherein.
Bei Kettner Edelmetalle durchläuft jedes Produkt eine ISO-konforme Echtheitsprüfung, bevor es das Hochsicherheits-Logistikzentrum verlässt. So ist sichergestellt, dass jeder Barren dem entspricht, was auf der Prägung steht.
Steuerliche Behandlung
Ein wesentlicher Vorteil von Anlagegold: Der Kauf von Goldbarren ist in Deutschland von der Umsatzsteuer befreit. Anders als Silber, Platin oder Palladium unterliegt Anlagegold keiner Mehrwertsteuer – das gilt auch für das kleinste 0,5-Gramm-Format.
Steuerlicher Hinweis
Anlagegold ist in Deutschland gemäß §25c UStG von der Umsatzsteuer befreit. Wird physisches Gold nach einer Haltedauer von mehr als einem Jahr veräußert, ist ein etwaiger Gewinn nach aktueller Rechtslage zudem einkommensteuerfrei. Dies ist eine allgemeine Information und ersetzt keine individuelle Steuerberatung.
Diese steuerliche Behandlung macht Gold gegenüber anderen Edelmetallen besonders attraktiv. Wer das Thema vertiefen möchte, findet im Bereich der Anlagemünzen Gold weitere steuerbefreite Goldprodukte wie den Krügerrand oder den Maple Leaf.
Aufbewahrung und Lagerung
So klein der 0,5 g Goldbarren ist, so sorgfältig sollte er aufbewahrt werden – gerade weil winzige Barren leicht verlegt werden können. Die unbeschädigte Originalverpackung schützt nicht nur vor Kratzern, sondern bewahrt auch den Sammler- und Wiederverkaufswert.
- Heimlagerung – ein Tresor oder Dosensafe bietet diskreten Schutz für kleinere Bestände.
- Bankschließfach – sinnvoll bei größeren Mengen, gegen Gebühr und mit eingeschränktem Zugriff.
- Sammelaufbewahrung – mehrere Kleinbarren lassen sich übersichtlich in passenden Behältnissen ordnen.
Praktisches Zubehör wie Münzkapseln, Münzkassetten oder ein Dosensafe hilft dabei, die kleinen Barren geordnet und geschützt zu lagern.
Für wen lohnt sich das kleinste Goldformat?
Der 0,5 g Goldbarren spricht eine breite Zielgruppe an. Für Einsteiger ist er der niedrigschwellige Weg, erstmals physisches Gold zu besitzen, ohne gleich größere Summen zu binden. Sparer nutzen ihn, um kontinuierlich kleine Mengen anzusammeln – ein Prinzip, das sich gut mit den Angeboten im Bereich Sparplan Produkte verbinden lässt.
Ein zweiter, oft unterschätzter Aspekt: der emotionale Wert. Ein kleiner Goldbarren ist ein beliebtes Geschenk zu Geburt, Taufe, Kommunion oder Jubiläum – ein Präsent mit echtem, bleibendem Gegenwert, das über Jahrzehnte seine Bedeutung behält.
Gold in der Hand zu halten, vermittelt ein Gefühl von Beständigkeit, das kein digitaler Kontostand ersetzen kann.
Zu bedenken ist der höhere Aufgeld-Anteil: Je kleiner der Barren, desto größer der prozentuale Aufschlag auf den reinen Goldwert, da Herstellung und Verpackung pro Stück nahezu gleich teuer sind. Wer rein auf den Materialwert pro Euro schaut, fährt mit größeren Einheiten günstiger – etwa dem 10 g Goldbarren oder dem 100 g Goldbarren. Der kleine Barren punktet dafür mit maximaler Teilbarkeit und Flexibilität.
Häufig gestellte Fragen zu 0,5 g Goldbarren
Welchen Feingehalt hat ein 0,5 g Goldbarren? +
Ein 0,5 g Goldbarren besteht aus 999,9 Feingold, also 24 Karat reinem Gold. Dieser Feingehalt ist international standardisiert und auf jedem Barren eingeprägt.
Ist der Kauf eines 0,5 g Goldbarrens umsatzsteuerfrei? +
Ja. Anlagegold ist in Deutschland gemäß §25c UStG von der Umsatzsteuer befreit. Das gilt auch für das kleinste 0,5-Gramm-Format. Beim Wiederverkauf nach mehr als einem Jahr Haltedauer sind Gewinne nach aktueller Rechtslage zudem einkommensteuerfrei.
Warum ist das Aufgeld bei kleinen Barren höher? +
Herstellung, Prägung und Verpackung verursachen pro Barren nahezu gleiche Kosten – unabhängig vom Gewicht. Bei einem 0,5-Gramm-Barren verteilen sich diese Fixkosten auf sehr wenig Material, weshalb der prozentuale Aufschlag auf den Goldwert höher ausfällt als bei größeren Einheiten.
Welche Hersteller sind empfehlenswert? +
Etablierte Scheideanstalten wie Heimerle und Meule, Valcambi, Heraeus, Argor-Heraeus oder Degussa stehen für gleichbleibende Qualität. Barren von LBMA-anerkannten Herstellern lassen sich weltweit ohne erneute Prüfung handeln.
Eignet sich ein 0,5 g Goldbarren als Geschenk? +
Sehr gut sogar. Durch den geringen Preis und die ansprechende Blisterverpackung ist der kleine Barren ein beliebtes Präsent zu Geburt, Taufe, Kommunion oder Jubiläum – ein Geschenk mit echtem, bleibendem Gegenwert.
Sollte die Originalverpackung erhalten bleiben? +
Ja. Die unbeschädigte Blisterkarte mit Seriennummer und Zertifikat dokumentiert Echtheit und Erhaltungszustand und erleichtert den späteren Wiederverkauf. Der Barren sollte möglichst nicht aus der Verpackung gelöst werden.


























