280.000
Klanten
Veilige
verzending

20 euro gouden munt Duits Woud

Zes bomen in goud.

Gouden 20‑euromunt Deutscher Wald, Beuk 2011, beeldzijde: een beukenblad, bovenaan in een boog DEUTSCHER WALD, onderaan BUCHEGouden 20‑euromunt Deutscher Wald, Beuk 2011, waardezijde: adelaar, twaalf sterren, BUNDESREPUBLIK DEUTSCHLAND, 2011, 20 EURO en een muntteken

Van 2010 tot en met 2015 gaf de Bondsrepubliek Duitsland elk jaar een gouden 20‑euromunt uit, elk met het blad of de twijg van een andere boom.

Van eik tot linde

Een herbarium in goud.

Elke munt draagt één enkel blad of één twijg. Bovenaan staat in een boog “Deutscher Wald”, onderaan de naam van de boom.

  1. Gouden 20‑euromunt Eik 2010, beeldzijde

    Eik

    2010

    Ontwerp: Heinz Hoyer

    De eerste gouden 20‑euromunt van de Bondsrepubliek. Het blad kent u van het kleingeld: de Duitse munten van 1, 2 en 5 cent tonen een eikentwijg.

  2. Gouden 20‑euromunt Beuk 2011, beeldzijde

    Beuk

    2011

    Ontwerp: Frantisek Chochola

    Zonder ingrijpen van de mens zou de gewone beuk op twee derde van het Duitse grondgebied de bepalende boom zijn. Twee dagen na de uitgifte van de munt nam UNESCO vijf oude beukenbossen in Duitsland op in de Werelderfgoedlijst.

  3. Gouden 20‑euromunt Fijnspar 2012, beeldzijde

    Ontwerp: Frantisek Chochola

    Toen de munt in 2012 verscheen, was de fijnspar de meest voorkomende boom in het Duitse bos. Stormen, droogte en schorskevers hebben hem sindsdien veel terrein gekost, vandaag staat hij op de tweede plaats.

  4. Gouden 20‑euromunt Den 2013, beeldzijde

    Den

    2013

    Ontwerp: Frantisek Chochola

    Tegenwoordig de meest voorkomende boom in het Duitse bos, vooral thuis in het laagland van Nedersaksen tot Brandenburg. De munt werd gepresenteerd in Bad Freienwalde in Brandenburg.

  5. Gouden 20‑euromunt Kastanje 2014, beeldzijde

    Kastanje

    2014

    Ontwerp: Heinz Hoyer

    Het blad met zeven vingers is van de paardenkastanje, die oorspronkelijk van de Balkan komt. Brouwers plantten hem graag op hun bierkelders, omdat de grote bladeren de grond erboven schaduwrijk en koel hielden.

  6. Gouden 20‑euromunt Linde 2015, beeldzijde

    Linde

    2015

    Ontwerp: Frantisek Chochola

    Met deze munt eindigde de serie. In de middeleeuwen werd onder gerechtslindes recht gesproken, en het lindehout laat zich zo goed bewerken dat houtsnijders het zeer waarderen.

Alle zes: 1/8 troy ounce fijn goud (3,89 g, 999,9), 17,5 mm, FDC. Elke jaargang werd in gelijke delen geslagen in Berlijn, München, Stuttgart, Karlsruhe en Hamburg, herkenbaar aan het muntteken A, D, F, G of J.

De belangrijkste boomsoorten

Vier van de zes muntbomen bepalen het Duitse bos.

Bijna een derde van Duitsland is bos. Den, fijnspar, beuk en eik beslaan daarvan samen ruim 70 procent.

  • Den: 21,8%
  • Fijnspar: 20,9%
  • Beuk: 16,6%
  • Eik: 11,5%
Aandeel in het bosareaal in Duitsland, 2022Bron: Bundeswaldinventur 2022, Thünen‑Institut

Waar het woord vandaan komt

Het zilver had het bos nodig.

In 1713 verscheen de “Sylvicultura oeconomica” van Hans Carl von Carlowitz, hoofd van het mijnwezen in het Saksische Freiberg. Het geldt als het eerste samenhangende werk over bosbouw.

Mijnen en smelterijen in het Ertsgebergte, waaronder de zilvermijnen rond Freiberg, verbruikten zoveel hout dat het schaars werd. Carlowitz eiste daarom dat er niet meer werd gekapt dan er weer aangroeit.

Fragment uit de Sylvicultura oeconomica van 1713 in fraktuurschrift met de woorden “continuirliche beständige und nachhaltende Nutzung”

“… daß es eine continuirliche beständige und nachhaltende Nutzung gebe …”

Sylvicultura oeconomica, Leipzig 1713 (“dat er een voortdurend, bestendig en duurzaam gebruik zij”). Gedigitaliseerd exemplaar: SLUB Dresden

Deze zin geldt als de geboorte van een begrip: duurzaamheid.

Ook de muntserie heeft een opdracht. Volgens het Duitse ministerie van Financiën moet zij “het gevoel voor en het inzicht in de bescherming van onze bossen helpen wekken en versterken”.

Na het bos kwamen de vogels.

Van 2016 tot en met 2021 toonde de gouden 20‑euromunt inheemse vogels, van de nachtegaal tot de zwarte specht.

Bronnen: bekendmakingen in het Bundesgesetzblatt 2010 tot en met 2015, Deutsche Bundesbank, Münze Deutschland, Duits ministerie van Financiën, Thünen‑Institut (Bundeswaldinventur 2022), Duits ministerie van Milieu, ministerie van Milieu van Noordrijn-Westfalen, Bayerische Landesanstalt für Wald und Forstwirtschaft, NABU, Forstbotanischer Garten van de Universiteit Göttingen, Umweltbundesamt, TU Bergakademie Freiberg. Tekstfragment uit 1713: SLUB Dresden (publiek domein). Achtergrond: Johann Wilhelm Schirmer, “Loofbos met kastanjes en berken”, ontstaan tussen 1854 en 1863, Staatliche Kunsthalle Karlsruhe (CC0).

Ein einzelnes Eichenblatt, ein Fichtenzweig, das herzförmige Blatt der Linde – kaum eine deutsche Goldmünze erzählt so viel Heimatgefühl auf so wenig Raum wie die 20-Euro-Goldmünze „Deutscher Wald“. Zwischen 2010 und 2015 gab die Bundesrepublik Deutschland sechs Ausgaben dieser Serie heraus, jede gewidmet einer heimischen Baumart. Diese Übersicht erklärt Geschichte und Motive der Reihe, die technischen Daten der einzelnen Prägungen, die Rolle der fünf deutschen Prägestätten sowie steuerliche und praktische Fragen rund um Kauf, Lagerung und Sammlung.

Die Serie „Deutscher Wald“ im Überblick

Die Reihe markiert einen kleinen Meilenstein der deutschen Numismatik: Mit der Eiche 2010 erschien erstmals eine 20-Euro-Goldmünze der Bundesrepublik. Herausgegeben wurde sie von der damaligen Verkaufsstelle für Sammlermünzen, die heute unter dem Namen Münze Deutschland firmiert. Über sechs Jahrgänge hinweg entstand so ein geschlossenes Ensemble aus sechs Motiven – ein Sammelgebiet mit klarem Anfang und Ende, das gerade wegen seiner Abgeschlossenheit bei Sammlern beliebt ist.

Anders als reine Anlagebarren verbindet die Serie zwei Welten: Sie besteht aus reinem Feingold und folgt damit dem Goldpreis, trägt aber zugleich einen erzählerischen, sammelwürdigen Charakter. Wer sich für weitere deutsche Goldmünzen interessiert, findet in dieser Reihe einen besonders zugänglichen Einstieg. Fortgesetzt wurde die Idee ab 2016 mit der thematisch verwandten Serie Heimische Vögel, die das Konzept der 20-Euro-Goldmünze weiterführte.

Das Wichtigste in Kürze

  • Sechs Ausgaben von 2010 bis 2015, je einer Baumart gewidmet
  • Erste 20-Euro-Goldmünze der Bundesrepublik Deutschland
  • 999,9er Feingold, 3,89 g, entspricht 1/8 Unze
  • Auflage je 200.000 Stück, Gesamtauflage 1.200.000 Exemplare
  • Geprägt in allen fünf staatlichen deutschen Prägestätten

Die sechs Motive und ihre Baumarten

Alle Münzen folgen einem einheitlichen Designkonzept, das den Seriencharakter unterstreicht: Die Motivseite zeigt jeweils ein einzelnes, detailreich ausgearbeitetes Blatt – bei den Nadelbäumen einen Zweig. Darüber steht der Schriftzug „DEUTSCHER WALD“, darunter der Name des dargestellten Baumes. Die übrige Fläche bleibt bewusst frei, was dem Motiv eine ruhige, fast minimalistische Wirkung verleiht. Gestaltet wurden die Motive von den Künstlern Heinz Hoyer und Frantisek Chochola.

  • 2010 – Eiche: Der Auftakt der Serie, gewidmet dem symbolträchtigsten Baum Deutschlands. Ein kräftig gewölbtes Eichenblatt, das für Standhaftigkeit und Beständigkeit steht.
  • 2011 – Buche: Ein fein geädertes, ovales Buchenblatt mit glattem Rand – die Buche zählt zu den häufigsten Laubbäumen der heimischen Wälder.
  • 2012 – Fichte: Ein Nadelzweig mit den typischen kurzen, spitzen Nadeln. Die Fichte gilt als wirtschaftlich bedeutendster Nadelbaum Deutschlands.
  • 2013 – Kiefer: Ein charakteristischer Nadelbüschel, klar strukturiert dargestellt. Die Kiefer ist besonders genügsam und weit verbreitet.
  • 2014 – Kastanie: Ein großes, markant gezacktes Kastanienblatt – ein vertrautes Bild in Parks und Alleen.
  • 2015 – Linde: Das herzförmige Lindenblatt mit feinen Nervenbahnen bildete den Abschluss der Reihe.

Die Kehrseite ist bei allen Ausgaben identisch gestaltet. Sie zeigt den deutschen Bundesadler, umrahmt von den zwölf Europasternen, dazu den Schriftzug „BUNDESREPUBLIK DEUTSCHLAND“, die Jahreszahl, den Nennwert 20 Euro sowie das jeweilige Prägezeichen. Dieses gleichbleibende Erscheinungsbild sorgt über die gesamte Serie hinweg für einen hohen Wiedererkennungswert.

Ein Wald in Gold gegossen – sechs Blätter, sechs Jahre, eine geschlossene Geschichte deutscher Natur.

Technische Daten und die Besonderheit der 1/8-Unze

Alle sechs Ausgaben teilen dieselben physischen Eigenschaften. Sie bestehen aus 999,9er Feingold und wiegen jeweils 3,89 Gramm, was einem Feingewicht von einer 1/8 Unze entspricht. Der Durchmesser beträgt 17,5 Millimeter, die Stärke rund 1,15 Millimeter, der Münzrand ist geriffelt. Ausgegeben wurden die Münzen in Stempelglanz-Qualität.

Die Stückelung von 1/8 Unze ist ein echtes Alleinstellungsmerkmal. Die meisten internationalen Anlagemünzen wie der Krügerrand, der Maple Leaf oder der Wiener Philharmoniker setzen auf gängige Teilstückelungen wie 1/10, 1/4 oder 1/2 Unze. Die 1/8 Unze macht die Serie „Deutscher Wald“ unverwechselbar und schafft ein handliches Format, in dem das Blattmotiv gut zur Geltung kommt. Wer eher auf klassisches Anlagegold setzt, findet mit kleinen Goldbarren eine alternative Einstiegsgröße.

Merkmal Angabe
Nennwert20 Euro
Material999,9er Feingold
Gewicht3,89 g (1/8 Unze)
Durchmesser17,5 mm
Stärkeca. 1,15 mm
Münzrandgeriffelt
PrägequalitätStempelglanz
Auflage je Jahrgang200.000 Stück

Die fünf deutschen Prägestätten und ihre Münzzeichen

Eine Besonderheit deutscher Münzen ist die Beteiligung mehrerer Prägestätten – Deutschland ist das einzige Land der Eurozone, das seine Münzen an mehreren Standorten prägen lässt. An der Serie „Deutscher Wald“ waren alle fünf staatlichen Prägestätten beteiligt, die Gesamtauflage verteilte sich zu gleichen Teilen auf sie. Das jeweilige Münzzeichen auf der Wertseite verrät, wo eine Münze entstanden ist – ein Detail, das viele Sammler gezielt komplettieren.

  • A – Staatliche Münze Berlin
  • D – Bayerisches Hauptmünzamt, München
  • F – Staatliche Münzen Baden-Württemberg, Standort Stuttgart
  • G – Staatliche Münzen Baden-Württemberg, Standort Karlsruhe
  • J – Hamburgische Münze

Für Sammler eröffnet dieses System eine zusätzliche Ebene: Wer möchte, komplettiert nicht nur die sechs Baumarten, sondern strebt sämtliche Prägezeichen an. Damit wächst eine überschaubare Sechser-Reihe schnell zu einer umfangreicheren Sammlung. Weitere Prägungen deutscher Traditionshäuser finden sich auch bei den Goldmünzen des Deutschen Kaiserreichs und in der Kategorie Goldmark.

Sammlerwert und Marktbedeutung

Die Serie genießt einen guten Ruf, weil sie zwei Anlegertypen zugleich anspricht. Einerseits folgt der Wert dem reinen Goldpreis, sodass die Münzen meist nahe am Materialwert gehandelt werden. Andererseits verleiht die abgeschlossene, rein deutsche Ausgabepolitik ihnen einen sammlerischen Reiz, der über den Goldgehalt hinausgeht. Die durchnummerierten Zertifikate der frühen Jahrgänge tragen zusätzlich zum Charme bei.

Weil jede Ausgabe auf 200.000 Exemplare begrenzt war, ist das Angebot endlich – die Serie wird nicht fortgeführt und kann daher auch nicht „verwässert“ werden. Konkrete Wertentwicklungen lassen sich naturgemäß nicht vorhersagen, und diese Übersicht stellt keine Anlageberatung dar. Wer die Serie als Baustein einer breiteren Edelmetallanlage betrachtet, kombiniert sie häufig mit Goldbarren oder international etablierten Anlageklassikern wie dem Vreneli.

Steuerliche Behandlung von Anlagegold

Für Goldmünzen gilt in Deutschland eine für Anleger attraktive Regelung. Als Anlagegold sind die Münzen der Serie „Deutscher Wald“ grundsätzlich von der Umsatzsteuer befreit. Anlagegold umfasst Goldmünzen mit einem Feingehalt von mindestens 900/1000, die nach 1800 geprägt wurden, gesetzliches Zahlungsmittel waren oder sind und deren Verkaufspreis den Goldwert nicht wesentlich übersteigt – Kriterien, die diese Serie erfüllt.

Steuerlicher Hinweis

Anlagegold ist beim Kauf in Deutschland umsatzsteuerbefreit. Wird physisches Gold länger als ein Jahr im Privatbesitz gehalten, ist ein späterer Verkauf nach aktueller Rechtslage steuerfrei. Diese Angaben ersetzen keine individuelle Steuerberatung.

Diese Kombination aus Umsatzsteuerbefreiung und möglicher Steuerfreiheit nach Ablauf der Haltefrist macht physisches Gold für viele Anleger interessant. Wer sein Gold systematisch aufbauen möchte, findet in Sparplan-Produkten eine strukturierte Herangehensweise.

Echtheit, Aufbewahrung und Pflege

Aufgrund des kleinen Formats und des hohen Wertes pro Münze lohnt sich ein sorgfältiger Umgang. Die Echtheit lässt sich anhand mehrerer Merkmale einschätzen: das exakte Gewicht von 3,89 Gramm, der Durchmesser von 17,5 Millimeter, die geriffelte Randgestaltung sowie das mitgelieferte Zertifikat mit Angaben zur Prägestätte. Seriöse Händler prüfen Edelmetalle nach standardisierten Verfahren, bevor sie in den Verkauf gehen.

Richtige Lagerung

Goldmünzen sollten möglichst berührungsarm und geschützt gelagert werden. Ideal sind einzelne Münzkapseln, die vor Kratzern und Fingerabdrücken schützen. Für eine komplette Serie bietet sich eine Münzkassette an, in der die sechs Ausgaben geordnet aufbewahrt werden – einige Sätze wurden seinerzeit sogar in einer eigens gefertigten Holzbox aus deutscher Buche geliefert.

Umgang mit den Münzen

Da Feingold ein vergleichsweise weiches Metall ist, sollten die Münzen nur am Rand und idealerweise mit Baumwollhandschuhen angefasst werden. Von einer Reinigung ist grundsätzlich abzuraten, da sie die Oberfläche beschädigen und den Sammlerwert mindern kann. Weiteres Aufbewahrungszubehör findet sich in der Kategorie Zubehör.

Für wen sich die Serie eignet

Die 20-Euro-Goldmünze „Deutscher Wald“ spricht eine breite Zielgruppe an. Für Einsteiger ist sie durch das kleine 1/8-Unzen-Format und den vergleichsweise moderaten Kapitaleinsatz ein zugänglicher Weg in physisches Gold. Für Sammler bietet sie mit sechs Motiven und fünf Prägezeichen ein reizvolles, klar begrenztes Sammelgebiet. Und wer deutsche Prägekunst und heimische Natur schätzt, findet in ihr ein Stück Gold mit emotionalem Mehrwert.

Als Ergänzung zu einem bestehenden Bestand passt die Serie gut neben klassische Goldmünzen internationaler Prägestätten. So lässt sich ein persönlicher Bestand aufbauen, der Anlageaspekt und Sammlerfreude verbindet – von etablierten Anlageklassikern bis hin zu diesem sehr deutschen Kapitel der Numismatik.

Häufig gestellte Fragen zur Goldmünze „Deutscher Wald“

Aus wie vielen Münzen besteht die Serie „Deutscher Wald“? +

Die Serie umfasst sechs Ausgaben, die zwischen 2010 und 2015 erschienen: Eiche (2010), Buche (2011), Fichte (2012), Kiefer (2013), Kastanie (2014) und Linde (2015). Jede Münze ist einer heimischen Baumart gewidmet.

Wie viel Gold enthält eine 20-Euro-Goldmünze „Deutscher Wald“? +

Jede Münze wiegt 3,89 Gramm und besteht aus 999,9er Feingold. Das entspricht einem Feingewicht von einer 1/8 Unze – eine Stückelung, die diese Serie von vielen internationalen Anlagemünzen unterscheidet.

Was bedeuten die Buchstaben A, D, F, G und J auf der Münze? +

Diese Prägezeichen geben an, in welcher der fünf staatlichen deutschen Prägestätten eine Münze hergestellt wurde: A steht für Berlin, D für München, F für Stuttgart, G für Karlsruhe und J für Hamburg. Sammler streben oft alle Prägezeichen an.

Ist die Goldmünze umsatzsteuerbefreit? +

Ja. Als Anlagegold ist die Serie in Deutschland von der Umsatzsteuer befreit, da sie die gesetzlichen Kriterien für Anlagegold erfüllt. Für die individuelle steuerliche Bewertung empfiehlt sich eine fachkundige Beratung.

Welche Serie folgte auf „Deutscher Wald“? +

Nach dem Abschluss der Waldserie im Jahr 2015 setzte die Bundesrepublik die 20-Euro-Goldmünze ab 2016 mit der Reihe „Heimische Vögel“ fort, die das gleiche Format und die naturnahe Thematik übernahm.

Wie sollte man die Münzen aufbewahren? +

Empfehlenswert sind einzelne Münzkapseln zum Schutz vor Kratzern sowie eine Münzkassette für die vollständige Serie. Die Münzen sollten nur am Rand angefasst und nicht gereinigt werden, um die Oberfläche und den Sammlerwert zu erhalten.

Ontvang gratis tips om uw vermogen te beschermen en hoor als eerste van nieuwe producten

Wilt u regelmatig op de hoogte worden gehouden van nieuwe producten, interessant financieel nieuws en exclusieve aanbiedingen? Meld u dan hier aan voor de gratis nieuwsbrief van Kettner Edelmetalle.

Door uw e-mailadres in te voeren en op de knop “Verzenden” te klikken, geeft u de volgende toestemming: “Ik ga ermee akkoord per e-mail te worden geïnformeerd over nieuwe producten, interessant financieel nieuws en exclusieve aanbiedingen en geef daarom toestemming voor de verwerking van mijn e-mailadres voor het toesturen van de nieuwsbrief. Deze toestemming kan ik te allen tijde en zonder opgave van redenen met werking voor de toekomst intrekken. De rechtmatigheid van de verwerking die vóór de intrekking heeft plaatsgevonden, blijft bij intrekking onaangetast.”