0,1 g Goudbaar
- tot
- Direct leverbaar
De gram komt uit het water.
De gram werd in Parijs vastgelegd: in de wet van 18 germinal van het jaar III, volgens onze kalender op 7 april 1795. In artikel 5 staat:
„Gramme, le poids absolu d’un volume d’eau pure égal au cube de la centième partie du mètre, et à la température de la glace fondante.”
Wet van 18 germinal an III (7 april 1795), artikel 5
Bedoeld is het gewicht van zuiver water in een kubus met ribben van één centimeter, bij de temperatuur van smeltend ijs. De kilogram was alleen een veelvoud daarvan: artikel 7 omschrijft hem als het gewicht van duizend gram.
- Water10 mm ribbe
- Goud15 × 8,7 mm
Beide op dezelfde schaal. De kubus toont de gram volgens de wet van 1795, daarnaast een baar van 1 gram van Heimerle + Meule met de afmetingen van de fabrikant.
Twintig druppels water uit een genormeerde druppelteller wegen samen ongeveer één gram.
In Duitsland geldt de gram sinds 1 januari 1872. Dat bepaalde de Maß‑ und Gewichtsordnung, de wet op maten en gewichten van de Noord‑Duitse Bond van 17 augustus 1868. In artikel 6 staat: „De kilogram wordt in 1000 gram verdeeld”. En: „Een halve kilogram heet het pond.”
Vanaf 1889 hing de maat aan een cilinder van platina en iridium, de oerkilogram bij Parijs. De eerste Algemene Conferentie voor Maten en Gewichten besloot: „Dit prototype geldt voortaan als eenheid van massa.” De Duitse kopie, nummer 52, wordt onder twee glazen stolpen bewaard in de Physikalisch‑Technische Bundesanstalt (PTB) in Braunschweig.
Bij de laatste vergelijkingen was het verschil tussen de oerkilogram en zijn kopieën volgens de PTB gegroeid tot 50 microgram, „ongeveer dezelfde massa als de vleugel van een vlieg”. Sinds 20 mei 2019 hangt de kilogram aan een natuurconstante, de constante van Planck.

Waar goud niet in grammen wordt gewogen.
De gram is niet overal de maat voor goud. In Vietnam rekent men in lượng en chỉ. Een regeringsbesluit legde in 2012 vast: één lượng is 37,5 gram, één chỉ 3,75 gram, beide alleen voor het wegen van goud en zilver.
In Hongkong verhandelt de goud‑ en zilverbeurs goud in tael. Eén tael is daar 37,429 gram.
Ook de troy ounce, waarin veel munten en baren worden gewogen, is opgebouwd uit een kleinere maat, de grain: 480 grain vormen één troy ounce, één grain weegt 64,79891 milligram. Zo staat het in Handbook 44 van de Amerikaanse normeninstantie NIST.
- 1 gram Wet van 17951 g
- 1 chỉ Vietnam3,75 g
- 1 troy ounce 480 grain31,10 g
- 1 tael Hongkong37,43 g
- 1 lượng Vietnam37,5 g
De waarden komen uit besluit 86/2012 van de Vietnamese regering, van de goud‑ en zilverbeurs in Hongkong en van het NIST. Troy ounce en tael zijn afgerond op twee decimalen.

Driekwart ton gesteente voor één gram.
Goud dat vandaag uit de grond komt, zit meestal onzichtbaar in het gesteente. In het tweede kwartaal van 2022 bevatte het erts dat goudmijnen wereldwijd verwerkten gemiddeld 1,29 gram goud per ton. Dat schrijft Metals Focus in een bijdrage bij de World Gold Council.
Gerekend zit één gram goud daarmee in ongeveer 775 kilogram erts, ruim driekwart ton.
- één ton
- ongeveer 775 kg erts
- 1 g goud
Schema: het vierkant staat voor één ton. Alleen de gouden punt is niet op schaal, op dezelfde schaal zou hij kleiner zijn dan één pixel.
In gewoon gesteente zit nog veel minder goud. Gemiddeld bevat de aardkorst 0,004 gram per ton, schrijft de geologische dienst van de VS. Voor één gram zou dat gerekend 250 ton zijn.
In de Witwatersrand in Zuid‑Afrika werd van 1886 tot 2005 ongeveer 5,87 miljard ton gesteente gedolven en gemalen. Gemiddeld leverde dat 8,07 gram goud per ton op.

Eén gram Rijngoud.
Ook de Rijn voert goud mee, in piepkleine schilfers. Het Duitse federale instituut voor geowetenschappen en grondstoffen (BGR) schrijft:
„In de Rijn komt spoelgoud bijna uitsluitend voor in de vorm van zeer fijne schilfers tot 0,3 mm doorsnede en 0,003‑0,005 mg gewicht.”
Bundesanstalt für Geowissenschaften und Rohstoffe, Commodity Top News nr. 30, 2009
Gerekend is één gram Rijngoud daarmee 200.000 tot ongeveer 330.000 schilfers.
- Schilfer0,3 mm
- Baar van 1 g15 × 8,7 mm
Beide op dezelfde schaal. De fijne cirkel toont alleen waar de schilfer ligt. De maximale grootte van de schilfers noemt het BGR, de afmetingen van de baar Heimerle + Meule.
In 1960 scheidde een grindbedrijf bij Bruchhausen, ten zuiden van Karlsruhe, uit 50.000 kubieke meter grind 21,3 gram goud af. Rekenkundig komt dat neer op ongeveer 2.350 kubieke meter grind per gram.
De goudwassers hadden een vuistregel: om het wassen lonend te maken, moest een schep zand bij Straatsburg 10 tot 20 schilfers bevatten, bij Mannheim minstens 40 tot 50. Stroomafwaarts worden de schilfers steeds fijner.
De Munt in Karlsruhe ontving in 1874 voor het laatst Rijngoud, 89,8 gram.
Van strook tot baar.
Hoe uit fijn goud een kleine geslagen baar ontstaat, beschrijft het naslagwerk Gold Bars Worldwide stap voor stap, op basis van gegevens van de Perth Mint in Australië. Het goud wordt daarvoor tot een strook gewalst.
Voordat de stansmachine draait, worden met een handpers losse proefplaatjes uit de strook gesneden en gewogen. Is er een te zwaar, dan gaat de strook nog een keer door de wals.
Daarna stanst een pers de plaatjes uit de strook, en elk plaatje wordt afzonderlijk gewogen. Te lichte en duidelijk te zware gaan terug de smeltoven in, net als het rooster dat van de strook overblijft.
Geslagen wordt tussen twee stempels, een ring houdt daarbij de vorm. Soms is er meer dan één slag nodig.
- Strook
- Plaatje
- Balans
- Stempel
15.000baren in standaardkwaliteit slaat één stempel hoogstens. Na ongeveer 5.000 wordt hij doorgaans nagepolijst.
Schema naar gegevens van de Perth Mint.

Ontvang binnen enkele minuten een gratis en persoonlijk edelmetaalaanbod dat past bij uw financiële doelen.
Nu offerte aanvragenDer 0,1 g Goldbarren zählt zu den kleinsten regulär gehandelten Goldbarren überhaupt und macht den Einstieg in physisches Gold mit minimalem Kapitaleinsatz möglich. Trotz des geringen Feingewichts von nur einem Zehntel Gramm handelt es sich um einen vollwertigen Goldbarren mit 999,9er Feingold, der von etablierten Scheideanstalten geprägt und meist sicher in einem Blister verpackt wird. Dieser Ratgeber erläutert Eigenschaften, Herstellung, Echtheitsmerkmale, steuerliche Behandlung, Aufbewahrung sowie die Frage, für wen sich diese Kleinststückelung eignet.
Der 0,1 g Goldbarren im Überblick
Ein 0,1 g Goldbarren wiegt ein Zehntel Gramm und besteht aus Feingold mit einem Feingehalt von 999,9 (24 Karat). Damit gehört er zur Familie der kleinsten Goldbarren-Stückelungen, die noch unterhalb des 0,5 g Goldbarrens und des 1 g Goldbarrens angesiedelt sind. Aufgrund der winzigen Abmessungen wird das Barren-Plättchen praktisch immer in einer versiegelten Schutzverpackung, einem sogenannten Blister, angeboten, die zugleich als Echtheitszertifikat dient.
Der Reiz dieser Kleinststückelung liegt in der niedrigen Einstiegshürde: Wer physisches Gold besitzen möchte, ohne mehrere hundert Euro auf einmal zu investieren, findet hier einen greifbaren Sachwert. Solche Barren werden häufig als Geschenk, als Sammlerobjekt oder als symbolischer erster Schritt in den Goldkauf genutzt. Innerhalb der gesamten Goldbarren-Kategorie bildet das 0,1-Gramm-Format den unteren Rand des Sortiments.
Maße und physische Eigenschaften
Bei einem Feingewicht von 0,1 Gramm ist die reine Goldmenge extrem gering – zum Vergleich: Ein Zehntel Gramm Gold entspricht etwa der Masse eines kleinen Wassertropfens. Die Barren werden daher als sehr dünne, kleine Plättchen geprägt und erst durch den umgebenden Blister handhabbar. Die Verpackung trägt in der Regel die Angaben zu Hersteller, Feingewicht und Feingehalt und schützt das empfindliche Goldplättchen vor Verformung, Kratzern und Verschmutzung.
Herstellung: geprägt statt gegossen
Goldbarren werden grundsätzlich auf zwei Arten gefertigt – gegossen oder geprägt. Gegossene Barren entstehen, indem flüssiges Gold in eine Form gegossen wird, und finden sich vor allem bei größeren Gewichten wie dem 100 g Goldbarren oder dem 1 kg Goldbarren. Kleinstbarren wie das 0,1-Gramm-Format werden hingegen ausnahmslos geprägt: Aus einem gewalzten Goldband wird ein Plättchen gestanzt und unter hohem Druck mit Motiv, Logo und Prägung versehen.
Das Ergebnis ist eine saubere, exakte Oberfläche mit klar lesbaren Angaben. Geprägte Barren wirken besonders edel und eignen sich daher auch als Geschenk. Renommierte Scheideanstalten und Hersteller wie Heimerle und Meule, Heraeus oder Umicore stehen für gleichbleibend hohe Qualität und international anerkannte Prägungen.
Verpackung im Blister
Der Blister ist bei Kleinstbarren mehr als nur eine Hülle. Er versiegelt den Barren luftdicht und enthält die wichtigsten Daten: Feingewicht, Feingehalt 999,9 und den Namen der Prägeanstalt. Solange die Versiegelung unversehrt ist, gilt sie als wichtiger Bestandteil der Echtheitsdokumentation. Aus diesem Grund sollte der Barren nicht aus dem Blister gelöst werden – ein geöffneter Blister kann den Wiederverkaufswert mindern.
Stückelung im Vergleich: klein, mittel und groß
Die Wahl der richtigen Stückelung hängt vom Anlageziel ab. Kleine Einheiten bieten Flexibilität, große Barren ein besseres Verhältnis von Goldpreis zu Aufschlag. Der Aufschlag auf den reinen Materialwert – also der Anteil für Herstellung, Verpackung und Handel – ist bei sehr kleinen Barren prozentual am höchsten und sinkt mit zunehmendem Gewicht.
- 0,1 g bis 1 g – maximale Teilbarkeit und niedrigster Kapitaleinsatz, dafür höchster prozentualer Aufschlag. Ideal als Geschenk oder Einstieg.
- 2 g bis 10 g – guter Kompromiss aus Stückelbarkeit und Preis. Siehe 5 g Goldbarren und 10 g Goldbarren.
- 20 g bis 100 g – günstigerer Aufschlag, beliebt bei mittleren Anlagesummen, etwa der 50 g Goldbarren.
- 250 g bis 1 kg – bestes Preis-Leistungs-Verhältnis pro Gramm, dafür kaum teilbar.
Eine interessante Zwischenlösung sind CombiBars (Tafelbarren): ein größerer Barren, der in Sollbruchstellen unterteilt ist und sich in kleine Einheiten von einem Gramm trennen lässt. Wer Teilbarkeit schätzt, ohne lauter Einzelbarren zu kaufen, findet diese im Sortiment der Gold Tafelbarren.
Echtheit und Qualitätsmerkmale
Auch beim kleinsten Goldbarren spielt die Echtheit eine zentrale Rolle. Die wichtigsten Anhaltspunkte sind eine intakte Blister-Versiegelung, eine saubere und scharfe Prägung sowie korrekte Angaben zu Feingewicht und Feingehalt. Bei renommierten Herstellern sind Prägebild und Verpackung von gleichbleibender Qualität.
- Auf einen anerkannten Hersteller achten – etablierte Scheideanstalten genießen weltweites Vertrauen.
- Die Versiegelung des Blisters prüfen: unversehrt und ohne nachträgliche Öffnung.
- Die Angaben 999,9 Feingold und 0,1 g auf der Verpackung kontrollieren.
- Den Kauf bei einem seriösen, geprüften Händler tätigen, der die Herkunft dokumentiert.
Kettner Edelmetalle setzt auf eine ISO-konforme Echtheitsprüfung und bezieht Ware ausschließlich von zertifizierten Lieferanten, sodass jeder Barren in geprüfter Qualität ausgeliefert wird.
Steuerliche Behandlung von Anlagegold
Ein wesentlicher Vorteil von Goldbarren gegenüber anderen Edelmetallen ist die steuerliche Behandlung. Anlagegold ist in Deutschland gemäß § 25c UStG von der Umsatzsteuer befreit, sofern es den gesetzlichen Feingehalt von mindestens 995 Tausendstel erfüllt – was der 0,1 g Goldbarren mit 999,9 deutlich übertrifft. Der Kauf erfolgt somit ohne Mehrwertsteuer, anders als etwa bei Silberbarren, die der Differenzbesteuerung unterliegen.
Steuerlicher Hinweis
Anlagegold ist nach § 25c UStG umsatzsteuerbefreit. Wird physisches Gold länger als ein Jahr gehalten, ist ein etwaiger Veräußerungsgewinn nach derzeitiger Rechtslage steuerfrei. Diese Angaben dienen der Information und ersetzen keine steuerliche Beratung.
Wer sich tiefer mit dem Thema Vermögenssicherung beschäftigen möchte, findet im Bereich Inflationsschutz sowie unter Altersvorsorge weiterführende Kategorien rund um physische Edelmetalle.
Aufbewahrung und Lagerung
Wegen ihrer geringen Größe lassen sich 0,1-Gramm-Barren besonders platzsparend aufbewahren. Wichtig ist, das empfindliche Goldplättchen im originalen Blister zu belassen und vor mechanischer Belastung zu schützen. Für die Lagerung mehrerer Kleinbarren oder einer gemischten Sammlung bieten sich verschiedene Lösungen an.
- Heimlagerung – im häuslichen Tresor oder einem Dosensafe, diskret und jederzeit zugänglich.
- Bankschließfach – höhere Sicherheit gegen Diebstahl, dafür laufende Kosten und eingeschränkter Zugriff.
- Ordnungssysteme – passende Münzkassetten und weiteres Zubehör helfen, Blister-Barren sortiert und geschützt zu lagern.
Unabhängig vom Aufbewahrungsort empfiehlt es sich, die Versiegelung intakt zu lassen und eine Übersicht über den Bestand zu führen.
Für wen eignet sich der 0,1 g Goldbarren?
Die Kleinststückelung spricht eine breite Zielgruppe an. Einsteiger nutzen sie, um mit überschaubarem Budget erstmals physisches Gold zu besitzen. Schenkende schätzen den symbolischen Wert eines echten Goldbarrens, etwa zu Geburt, Taufe oder Jubiläum. Und Sammler ergänzen ihre Bestände gern um die kleinsten verfügbaren Formate.
Ein Goldbarren muss nicht groß sein, um einen echten Sachwert darzustellen – entscheidend ist das Feingold, das er enthält.
Wer regelmäßig kleine Mengen Gold ansparen möchte, kann den Einstieg auch über Sparplan-Produkte oder die nächstgrößere Einheit, den 1 g Goldbarren, erwägen. Für klassische Anlagezwecke mit besserem Aufschlagverhältnis lohnt der Blick auf das gesamte Gold-Sortiment.
Häufig gestellte Fragen zum 0,1 g Goldbarren
Wie viel ist ein 0,1 g Goldbarren wert? +
Der Wert ergibt sich aus dem aktuellen Goldpreis für ein Zehntel Gramm Feingold zuzüglich eines Aufschlags für Herstellung, Verpackung und Handel. Bei sehr kleinen Barren ist dieser Aufschlag prozentual höher als bei großen Stückelungen.
Welchen Feingehalt hat ein 0,1 g Goldbarren? +
Übliche 0,1-Gramm-Barren bestehen aus 999,9er Feingold, also reinem Gold mit einem Feingehalt von 24 Karat. Damit erfüllen sie die Voraussetzungen für die Einstufung als Anlagegold.
Fällt beim Kauf Mehrwertsteuer an? +
Nein. Anlagegold ist in Deutschland gemäß § 25c UStG von der Umsatzsteuer befreit, da der Feingehalt deutlich über der gesetzlichen Mindestgrenze von 995 Tausendstel liegt. Der Kauf erfolgt somit ohne Mehrwertsteuer.
Sollte der Barren aus dem Blister genommen werden? +
Nein. Die versiegelte Verpackung schützt das empfindliche Goldplättchen und dient als Echtheitsnachweis mit Angaben zu Feingewicht, Feingehalt und Hersteller. Ein geöffneter Blister kann den Wiederverkaufswert mindern.
Lohnt sich ein 0,1 g Goldbarren als Geldanlage? +
Für den reinen Vermögensaufbau bieten größere Stückelungen ein günstigeres Verhältnis von Goldpreis zu Aufschlag. Der 0,1 g Goldbarren punktet dagegen als Einstieg, Geschenk oder Sammlerobjekt mit minimalem Kapitaleinsatz und voller Teilbarkeit.
Welche Hersteller prägen 0,1 g Goldbarren? +
Kleinstbarren stammen von etablierten Scheideanstalten wie Heimerle und Meule, Heraeus oder Umicore. Diese Hersteller stehen für geprüfte Qualität und international anerkannte Prägungen.




