Deutsche Mark 3 gouden munten Fractional Set Reverse Proof 2026 (oplage: 250 | proof motief)

Dit product is beschikbaar vanaf 20.11.2026
Dit artikel is helaas momenteel uitverkocht. Wij sturen u graag direct een e-mail zodra dit product weer bij ons beschikbaar is.
Streng limitiert auf nur 250 Sets weltweit – eine Rarität mit echtem Wertsteigerungspotential
Kultmotiv der 1 DM in edelster Reverse-Proof-Qualität, drei Größen im hochwertigen Sammleretui
5,29 g pures 999er Feingold: mehrwertsteuerfrei, weltweit handelbar
Weltweit nur 250 Sets: Diese Kleinstauflage macht das Trio zur echten Rarität – kaum vorrätig, nie wieder nachgeprägt und mit hohem Wertsteigerungspotential
Kultmotiv in Reverse Proof: Die legendäre 1 Deutsche Mark in spiegelnder Polierter Platte auf seidenmattem Grund – Prägekunst auf Prestige-Niveau, geschützt im edlen Etui
999er Feingold, steuerfrei: 5,29 g pures Anlagegold in drei Stückelungen – mehrwertsteuerfrei, weltweit handelbar und bewährter Inflations- und Krisenschutz
Deutsche Mark · Editie 2026
De munt die een halve eeuw in onze handen lag.Wanneer herinnering goud wordt.


U ziet de waardezijde.
Ze rinkelde in jaszakken, lag op toonbanken en in het spaarvarken. De grote één tussen de eikentakken ging door miljoenen handen, tot het afscheid van de D-Mark. Nu keert haar beeld terug als eerbetoon, geslagen in fijn goud.
- Oplage 250 stuks
- Reverse Proof
- 3 munten in cassette
Ze was nooit alleen maar geld. Ze was een belofte.
Op 20 juni 1948 kreeg iedereen in de drie westelijke zones 40 D-Mark in handen, in ruil voor 40 Reichsmark: het zogeheten „Kopfgeld”. De volgende dag lagen de etalages al boordevol. De nieuwe valuta gaf de aanzet tot het Duitse economische wonder.
Volgens de Bundesbank genoot de D-Mark vanaf de eerste dag vertrouwen en behield ze dat tot het einde. In ruim vijf decennia werd ze ook internationaal een symbool van waardevast geld.
12 miljard
Sommigen hebben haar nooit helemaal losgelaten: volgens de Bundesbank is nog altijd zo'n twaalf miljard D-Mark niet omgewisseld, meer dan de helft daarvan in munten.
Van Kopfgeld tot afscheid
Een halve eeuw mark
1948
Een nieuw begin
Op 20 juni treedt de valutahervorming in werking. Vanaf de volgende dag is in de drie westelijke zones alleen nog de Deutsche Mark geldig.
1950
De één met het eikenloof
Eind 1950 komt het markstuk in omloop, ontworpen door Josef Bernhart uit München. Het motief blijft tot het afscheid van de D-Mark ongewijzigd.
1951
De Heiermann
Het zilveren vijfmarkstuk van Albert Holl wordt voor het eerst geslagen en is vanaf mei 1952 in omloop. Het blijft de enige zilveren omloopmunt van de Bondsrepubliek.
1957
De Bundesbank
Op 1 augustus neemt de Deutsche Bundesbank de plaats in van de Bank deutscher Länder, die in 1948 de eerste D-Mark had uitgegeven.
1990
Eén mark voor iedereen
„Komt de D-Mark, dan blijven we, komt ze niet, dan gaan we naar haar toe”, zo klonk het tijdens de maandagdemonstraties. Op 1 juli 1990 kwam ze naar de DDR, nog vóór de Duitse eenwording.
2001
Het afscheid
Bij wijze van afscheid geeft de Deutsche Bundesbank de één uit als gouden munt, een miljoen stuks in fijn goud. Sinds 1 januari 2002 betalen de Duitsers met de euro.
Het motief
Een beeld dat iedereen kent
De waardezijde volgt het markstuk van destijds. Wie de mark ooit in handen had, herkent het meteen.


- De grote één
- Helder en zonder tierelantijnen staat het cijfer in het midden, net als op het markstuk dat de Münchense kunstenaar Josef Bernhart ontwierp.
- Twee eikentakken
- Links en rechts omlijsten twee eikentakken met eikels het cijfer. Eikenloof sierde al de pfennigmunten, en nog altijd staat het op de Duitse munten van 1, 2 en 5 cent.
- De adelaar
- Aan de andere zijde spreidt de adelaar zijn vleugels, uitgewerkt tot in elke veer. Op de vleugels staan in kleine letters de nominale waarde en Republic of Liberia.
De muntkwaliteit
Twee manieren om het licht te vangen
Proof
Het veld glanst diep als een spiegel, het motief ligt er mat op. Bij deze kwaliteit worden stempels en muntplaatjes speciaal gepolijst en worden de plaatjes één voor één in de pers gelegd.

Reverse Proof
Hier is het omgekeerd: het veld is mat, het motief glanst als een spiegel. Elke bladnerf en elke veer vangt het licht.
Sommige dingen gaan voorbij.
De herinnering blijft.
De D-Mark is geschiedenis. Haar beeld in edelmetaal blijft, voor u en voor hen aan wie u het ooit doorgeeft.
250
stuks oplage
5,29 g fijn goud · 999/1.000 · Reverse Proof · Etui
Een eigen uitgifte van Kettner Edelmetalle, geen uitgave van de Bondsrepubliek Duitsland of de Deutsche Bundesbank. Land van uitgifte is de Republiek Liberia, vandaar de nominale waarde in dollar.
Deutsche Mark 3 Goldmünzen Fractional Set Reverse Proof 2026 – streng limitiert auf 250 Sets
- Streng limitiert: weltweite Kleinstauflage von nur 250 Stück – mehr wird es von dieser Zusammenstellung nie geben.
- Wachstumschancen: sehr hohes Wertsteigerungspotential durch die strenge Limitierung und die anhaltend große Nachfrage nach D-Mark-Motiven.
- Rarität: eine ausgesprochen seltene Sammlermünze im Dreierensemble.
- Investitionsziel: ein reines Sammlerprodukt, dessen Reiz aus Kultmotiv, Prägekunst und minimaler Stückzahl entsteht.
- Prägequalität: höchstmögliche Sammlerqualität – das Motiv erscheint in Polierter Platte (PP), der Grund seidenmatt.
- Motiv: die legendäre Wertzahl „1“ zwischen zwei Eichenzweigen mit Eicheln, darunter „DEUTSCHE MARK“ und die Jahreszahl 2026 – auf der Gegenseite der Adler mit weit gespannten Schwingen.
- Material / Feinheit: pures Feingold der Feinheit 999/1.000, zusammen 5,29 g Feingewicht bei 5,3 g Rohgewicht.
- Set-Umfang: drei Münzen in abgestuften Unzen-Stückelungen, geschützt im Etui.
- Hersteller: exklusive Eigenprägung von Kettner Edelmetalle.
- Herkunftsland: Deutschland – ausgegeben für die Republik Liberia.
Manche Motive bleiben im kollektiven Gedächtnis. Die „1 Deutsche Mark“ gehört dazu. Dieses Fractional Set holt das Kultbild aus dem Portemonnaie der Wirtschaftswunderjahre zurück – dreifach abgestuft, in reinstem Gold und in einer Prägequalität, die man sonst nur von Prestigeausgaben kennt. Unter den aktuellen Goldmünzen der Serie Symbolik ist dieses Trio der kompakteste Weg, das Motiv gleich in mehreren Größen zu besitzen.
Das Motiv: Wertzahl, Eichenlaub und Adler
Im Zentrum der Hauptseite steht die große Ziffer „1“, flankiert von zwei Eichenzweigen, jeder mit einer plastisch ausgeformten Eichel. Eichenlaub gilt seit Generationen als deutsches Sinnbild für Beständigkeit; hier ist es bis zur einzelnen Blattader herausgearbeitet. Darunter der Schriftzug „DEUTSCHE MARK“ und das Prägejahr 2026. Die andere Seite gehört dem Adler: gestuftes Federkleid, geöffneter Schnabel, kraftvoll gespreizte Fänge. Ein feiner Perlkreis rahmt beide Seiten, der geriffelte Rand vollendet die klassische Anmutung. Die Umschrift nennt die jeweilige Unzen-Stückelung samt Feingold-Angabe sowie die Ausgabedaten der Republik Liberia.
Das Vorbild stammt von Josef Bernhart aus München: Seine 1-DM-Kursmünze ging am 18. Dezember 1950 in den Umlauf und blieb bis zum 31. Dezember 2001 gesetzliches Zahlungsmittel. Über fünf Jahrzehnte wanderte dieses Bild durch Millionen deutscher Hände, quer über alle Jahrgänge und Prägestätten. 2001 erhielt die D-Mark zum Abschied sogar eine eigene offizielle Goldmünze, ausgegeben zur Euro-Einführung. Genau darin liegt die emotionale Kraft dieser Serie – wer die Mark noch selbst besaß, erkennt sie sofort wieder.
Reverse Proof – die Polierte Platte spiegelbildlich gedacht
Bei der klassischen Polierten Platte spiegeln die Flächen, während das Relief matt erscheint. Beim Reverse Proof ist es umgekehrt: Das Motiv glänzt spiegelnd, der Hintergrund bleibt seidenmatt. Adler und Eichenlaub treten dadurch regelrecht aus der Fläche heraus, jede Feder wird zum Lichtspiel. Weil dieses Verfahren aufwendiger ist und die Stempel schneller ermüden, bleibt es fast immer kleinen Serien vorbehalten – ein Grund, warum PP-Prägungen in dieser Ausführung bei Kennern so begehrt sind. Bitte fassen Sie die Münzen ausschließlich am Rand oder in der Kapsel an.
Drei Stückelungen, ein Etui
Das Set vereint drei Prägungen desselben Motivs in abnehmender Größe: die 1/10 Unze als Schaustück, dazu 1/20 Unze und 1/50 Unze. Zusammen ergeben sie 5,29 g Feingold. Gerade die kleinste Goldmünze ist einzeln kaum zu bekommen, was den Reiz des Ensembles zusätzlich erhöht. Geliefert wird alles geschützt im Etui – bereit zum Präsentieren, geeignet als Geschenk mit Substanz.
Warum diese Kleinstauflage Sammler elektrisiert
Im Sammlermarkt entscheidet die Auflage fast alles. Bei einer Limitierung auf 250 Exemplare weltweit ist die Rechnung schnell gemacht: Es kann nie genug Sets für alle Interessenten geben. Kleinstauflagen wandern erfahrungsgemäß in feste Sammlungen und tauchen danach nur selten wieder am Markt auf. Genau aus dieser Knappheit speist sich das Wertsteigerungspotential dieser Ausgabe.
- Doppelte Substanz: Sammlerwert durch die sehr niedrige Auflage, Materialwert durch pures Feingold.
- Steuerlich attraktiv: Anlagegold ist mehrwertsteuerfrei; nach einer Haltefrist von mindestens einem Jahr sind Gewinne aus dem Verkauf grundsätzlich steuerfrei.
- Weltweit handelbar: Gold wird auf jedem Kontinent anerkannt, ist hoch liquide und jederzeit wieder in Bargeld wandelbar.
- Serienlogik: ein in sich geschlossenes Trio statt Einzelstücke – ideal für die systematisch aufgebaute Sammlung.
- Zeitgeschichte: ein Stück deutsche Währungsgeschichte, kompakt im Schmuckkästchen.
Gold ist die älteste Währung der Menschheit. Es hat alle anderen überlebt, besitzt einen inneren Wert und wird seinen Glanz niemals verlieren.
Im Vergleich zu verwandten Ausgaben
Das Motiv erschien 2026 auch als volle Unze in Gold, als Silbermünzen mehrerer Stückelungen und als kleine Münzbarren. Wer die ganze Unze wählt, bekommt maximale Edelmetallmasse in einem Stück; wer dieses Trio nimmt, erhält drei unterschiedliche Durchmesser, dieselbe Motivsprache in drei Formaten und einen deutlich niedrigeren Einstieg in eine Rarität. Gegenüber Anlageklassikern wie dem Krügerrand, der jährlich in Millionenstückzahl entsteht, wird der Kontrast noch deutlicher: Hier werden 250 Sets gefertigt – weltweit. Der einzige Nachteil einer solch knappen Serie liegt auf der Hand: Wer zögert, kommt zu spät.
Gold – Fundament jeder Sammlung
Seit über 6.000 Jahren dient Gold als Wertspeicher, vom alten Ägypten über die Seidenstraße bis zum Goldstandard des 19. und 20. Jahrhunderts. Es besitzt einen intrinsischen Wert, hatte nie einen Wert von null und ist knapp, weil sich sein Angebot nicht beliebig ausweiten lässt – anders als Fiat-Geld, das Zentralbanken drucken. Dass ebendiese Zentralbanken die größten Goldbestände der Welt halten, spricht für sich. Physisches Edelmetall wirkt dabei ganz nebenbei als Inflationsschutz und als Krisenschutz. Im Vordergrund steht bei diesem Set jedoch der Sammlerreiz: legendäres Motiv, höchste Prägekunst, minimale Stückzahl. Sichern Sie sich Ihr Exemplar, bevor die 250 Sets in festen Sammlungen verschwunden sind.
Afbeelding kan afwijken van het eindproduct.


















